Recensie 'Dawn of the planet of the apes': Monkey business

30/07/14 om 09:42 - Bijgewerkt om 10:09

Extremisten hangen de aap uit in Matt Reeves' onderhoudende sequel op de reboot van de Planet of the Apes-franchise.

Recensie 'Dawn of the planet of the apes': Monkey business

© x

Dawn of the Planet of the Apes

Matt Reeves met Jason Clarke, Andy Serkis, Gary Oldman

Ging het er in 2011 in de reboot van Hollywoods onverslijtbare Planet of the Apes-franchise al niet meteen pacifistisch aan toe tussen mens en aap, dan zijn de onderlinge relaties er drie jaar later in deze onvermijdelijke sequel niet veel beter op geworden. De mensen die immuun bleken voor het apenvirus dat sindsdien de hele planeet heeft overwoekerd, hokken angstvallig samen in het centrum van San Francisco, in de hoop dat er zich elders nog overlevende soortgenoten bevinden. Maar wanneer hun energievoorraad langzaam leegloopt, kunnen ze niet anders dan hun ommuurde vesting verlaten en contact zoeken met de losgeslagen, pratende apen die zich in de bossen rond de stad hebben teruggetrokken.

Zoals in elke episode van deze sciencefictionreeks schuilt er ook nu een sociaalpolitieke allegorie onder het onderhoudende popcornoppervlak, en hoef je niet veel moeite te doen om de film te lezen als een metafoor voor de eeuwige clash tussen gematigden en radicalen, tussen rationalistische vredestichters en oorlogszuchtige haviken. Wanneer de gewezen architect Malcolm (Jason Clarke) met het fiat van apenleider Caesar (Andy Serkis) een expeditie door het apenterritorium leidt, lijkt er namelijk een broos bestand in de maak, maar lang houdt dat niet stand door de intriges en het gestook van extremisten in beide kampen.

Het vervolg is een onderhoudende doemfantasie die conform de prequel de nodige tijd neemt om de conflictzones af te tasten, de archetypische personages te profileren en enkele ideeën over ras, klasse en verdraagzaamheid uit te spitten, om uiteindelijk opnieuw te culmineren in een stevige dosis digitaal gepimpte blockbusteractie. Ook nu zijn de special effects daarbij state of the art, in die mate zelfs dat de uit bits, bytes en performance capturing opgetrokken apen (ontsnapt uit Peter Jacksons WETA-fabriek) hun menselijke collega's van het scherm dreigen te spelen.

Dat het scherm wordt verdonkerd en verengd door weer eens overbodige 3D - houdt die bullshit dan nooit op? - en dat het voorspel ook nu bevredigender is dan de climax, kan de pret daarbij slechts nu en dan drukken. Menner met dienst Matt Reeves - die eerder de monster-mash-up Cloverfield (2008) draaide - weet tenminste maat en overzicht te houden, en zomerblockbusters die niet louter spektakelorgieën zijn maar ook een morzel ambitie en metier tonen, zijn sowieso al even zeldzaam als pratende apen. Of niet, Michael Bay?

Lees meer over:

Onze partners