Recensie 'Club Sandwich': Klein, fijn filmpje

02/09/14 om 17:32 - Bijgewerkt om 17:32

Een moederskind wordt man in Fernando Eimbckes kleine maar fijne deadpankomedie Club Sandwich.

Recensie 'Club Sandwich': Klein, fijn filmpje

© gf

Club Sandwich

Fernando Eimbcke met Lucio Giménez Cacho, María Renée Prudencio, Danae Reynaud

Tien jaar geleden werd Fernando Eimbckes heerlijk hormonaal geplaagde regiedebuut Temporada de patos uitgebracht door het nieuwbakken Esperanto Pictures, een productiehuis opgestart door Eimbckes Mexicaanse landgenoot en mentor Alfonso Cuarón. Temporada de patos ging de globe rond en kreeg prima kritieken, maar haast niemand ging naar de kleine maar fijne zwart-witzedenkomedie over geile, weed paffende tieners kijken. En Cuarón zag zich genoodzaakt om zijn label, dat jong Mexicaans filmtalent over de grens wilde helpen, al na één film weer op te doeken.

De kans dat het met Eimbckes derde langspeler Club Sandwich dezelfde richting opgaat is niet denkbeeldig, maar ook nu zullen de afwezigen ongelijk hebben. Schrijver-regisseur Eimbcke blijft dan wel in dezelfde thematische wateren vissen als in zijn vorige langspelers - in 2008 was er ook nog de roadmovie Lake Tahoe - maar ook nu toont hij zich een fijnzinnig observator van het slagveld der seksen en hormonen, met een zowel narratief als visueel tot de naakte, maar nooit simplistische essentie herleide vertelling over Paloma, een jonge, alleenstaande moeder van 35 die op vakantie gaat met haar 15-jarige zoon (Lucio Giménez Cacho, in onbewogen slackermodus).

Aanvankelijk lijkt de relatie tussen de twee nog zo rimpelloos als het zwembadoppervlak waaraan ze in hun luxeresort van 's morgens tot 's avonds liggen te zonnen. Tot langzaam de eerste fricties, erecties en snorharen bovenkomen, de nietszeggende gesprekken over zonnecrèmes, zwembroeken en het verschil tussen een club sandwich en een gewone sandwich subtiel wat meer gewicht krijgen en er een zestienjarig buurmeisje komt aankloppen dat de dynamiek en de verhouding tussen de jonge moeder en haar seksueel ontluikende tienerzoon definitief verandert.

Wie met die premisse een kinky, incestueus ménage à trois verwacht - of erger nog: een soort Mexican Pie voor de arthouse crowd - komt bedrogen uit. En gelukkig maar! Zoals steeds houdt Eimbcke zijn personages discreet glimlachend maar met de nodige reserve in het oog, en dat om de freudiaans beladen ontvoogdingstrijd tussen moeder, zoon en rivaliserende maagd kundig te boetseren tot een charmante deadpankomedie over puber- en andere pijnen.

Bovendien doet hij dat in zijn bekende, economische stijl - een soort minimalisme à la Jim Jarmusch - met een verhaal dat afklokt op een dikke tachtig minuten, takes die zowel de kijker als de personages de tijd gunnen om aan hun 'omkadering' te wennen (hoewel ze dat nooit helemaal lijken te kunnen) en strakke breedbeeldcomposities die het kitscherige decor - zo'n archetypisch brochurehotel met zwembad, palmbomen, beige kamers en chronisch hijgende air conditioning - tegelijk iets vertrouwds, ongemakkelijks, sensueels en unheimlichs geven.

Niks vernieuwends, spectaculairs of wereldschokkends, wel een klein, fijn filmpje over de politiek der razende hormonen waarin less effectief nog eens more blijkt te zijn.

Onze partners