'Nocturnal Animals' op filmfestival Venetië: Soms lynchiaans, soms pure pulp fiction

03/09/16 om 14:21 - Bijgewerkt om 14:21

Zes jaar bleef het wachten op een opvolger voor zijn stijlrijk gedesignde debuut 'A Single Man', en dus trakteert modeontwerper cum filmregisseur Tom Ford je maar meteen op twee films voor de prijs van één.

'Nocturnal Animals' op filmfestival Venetië: Soms lynchiaans, soms pure pulp fiction

© G.F.

'Nocturnal Animals' - naar de roman Tony & Susan van Austin Wright - is fictie en metafictie tegelijk. Op het eerste niveau is er het raamverhaal over een ongelukkig getrouwde galeriste (Amy Adams) uit Los Angeles die op zekere dag de eerste roman van haar ex opgestuurd krijgt en zich wel heel érg in de personages herkent. Het tweede vertelniveau is de uitbeelding van die aan haar opgedragen roman: een broeierig wraakverhaal over een huisvader (Jake Gyllenhaal) die het on the road aan de stok krijgt met psychotische hillbillies en bij dat incident zijn vrouw en dochter verliest.

Al van in de ambigue proloog met dikke vrouwen die in hun blootje als volgevreten emanaties van Americana staan te dansen (het kunstwereldje in LA is niet het meest subtiele) maakt Ford duidelijk dat de grens tussen kunst en kitsch, smaak en wansmaak soms flinterdun is, en beide verhalen zijn dan ook niet vies van een portie pulp en sleaze die rechtstreeks uit de B-catalogus lijkt gelicht.

Doet het koele melodrama rond de galeriste denken aan David Lynch, met zijn uitbeelding van Los Angeles als spookachtige droomfabriek en strak gedesigned oord van huiselijke horror, dan is het wraakverhaal in de woestijn pure pulp fiction, met Michael Shannon die de Stetson opzet van een sheriff die de broer van Killer Joe had kunnen zijn, en Aaron Taylor-Johnson die volop de redneck in zichzelf mag bovenhalen, én in beeld zijn kont afkuisen, als de sociopathische hobbymoordenaar.

Aan zweterige smeuïgheid allerminst gebrek dus, en Ford lijkt het allemaal met volle goesting en knipogend te omarmen, maar dan zonder de holle, postmoderne ironie waaraan Tarantino zich bij dit soort B-materiaal zou vergrijpen, met sfeervol camerawerk van Seamus MacGarvey (huisfotograaf van oa. Lynne Ramsay), een fraaie, klassieke score en een vinnige montage waarbij op het juiste moment van het ene verhaal naar het andere wordt gezapt.

Bij momenten ridicuul, leeg, geforceerd en volgestouwd met archetypes die uit stukken goedkopere films lijken ontsnapt, maar tegelijk ook clever, spannend, stijlvol en o zo schuldig plezier dat zich te allen tijde bewust toont van zijn artificiële constructie en zijn onstuitbare drang tot chillen en thrillen. Of tenminste: dat mag je voor Ford toch hopen

Onze partners