Going Underground: Monte Hellman

25/01/11 om 12:07 - Bijgewerkt om 12:07

Bron: Knack Focus

Ondanks de flops, tegenslagen en koppige afkeer voor alles wat naar commercie neigt, filmde Monte Hellman een klein, maar intrigerend cultoeuvre bijeen. Zijn bekendste vijf.

Going Underground: Monte Hellman

Ride in the Whirlwind (1965)
Na enkele lowbudgetprullen in opdracht van B-filmkoning Roger Corman toont Hellman voor het eerst echt zijn talent met deze revisionistische acid western. Daarin worden de jonge Jack Nicholson - tevens scenarist en producent - en twee cowboybuddies per abuis aangezien voor een moordzuchtige bende outlaws onder leiding van Harry Dean Stanton. Hellman draait de cultfilm op locatie in Utah met een productieteam van slechts zeven man voor nog geen 75.000 dollar.

The Shooting (1967)
'Eén is geen', vindt ook Roger Corman en dus krijgt Hellman in 1965 het fiat om twee westerns tegelijk te schieten. Hoewel The Shooting de eerste is, komt die film pas twee jaar na Ride in the Whirlwind uit. Zowel stilistisch als inhoudelijk vertoont The Shooting nogal wat gelijkenissen met zijn voorganger, met zijn ontbeende verhaal over een gunslinger (Jack Nicholson) die in opdracht van een vrouw wordt opgejaagd door een premiejager (Warren Oates). Misschien wel 's werelds eerste existentialistische western, met Vietnam, JFK en Kafka loerend op de achtergrond.


Two-Lane Blacktop (1971)
Hellmans enigmatische magnum opus is deze existentiële roadmovie over twee jonge straatracers (singer-songwriter James Taylor en Beach Boys-drummer Dennis Wilson) die met hun Chevy One-Fifty langs Route 66 scheuren, waar ze botsen op een loner met een Pontiac GTO (Warren Oates). De film - die later inspiratie bood aan de beruchte Cannonball Races - biedt niet alleen een reflectie op het failliet van de Love Generation, met zijn spaarzame dialogen, naamloze personages, hermetische sfeer en (zelf)destructieve einde is het ook een geabstraheerde kritiek op de Amerikaanse Droom. Een opwindende trip langs de road to nowhere, die net als alle andere Hellmanfilms crasht aan de kassa.


Cockfighter (1974)
Nadat Hellman halverwege de opnames van de mislukte Hammerproductie Shatter is ontslagen, keert hij terug naar het vertrouwde Cormannest. Daar draait hij dit grimmige trailertrashdrama naar de roman van Charles Willeford over een stilzwijgende gokker (Warren Oates) die zijn hanen laat vechten op leven en dood. Een afwisselend dromerige en wreedaardige schets van marginaal Amerika, in Engeland nog steeds verboden wegens de bloedige hanengevechten.



Iguana (1988)
Een gruwelijk verminkte visser genaamd Iguana (Twin Peaks-acteur Everett McGill) neemt wraak op zijn discriminerende collega's door op een desolaat eiland een eigen schrikbewind te installeren. Dat is het alweer volstrekt anticommerciële uitgangspunt van deze piratenfilm naar de roman van Alberto Vázquez Figueroa. Hellmans eerste film sinds de idiosyncratische spaghettiwestern Amore, piombo e furore (1978), tenminste als je de Mohammed Ali-documentaire The Greatest en de spionagethriller Avalanche Express niet meetelt, twee films die hij als huurling afwerkt nadat de oorspronkelijke regisseur is overleden.

(Helaas viel er op het wereldwijde web geen trailer te vinden voor 'Iguana', wat natuurlijk enkel bijdraagt tot de cultreputatie van Hellman.)

Onze partners