Gezien in Cannes: 'Money Monster' van Jodie Foster, 'een amusant en degelijk Hollywoodsprookje'

12/05/16 om 15:13 - Bijgewerkt om 15:12

Jodie Foster gaat Wall Street te lijf in de satirische thriller 'Money Monster', maar mist de ballen van Gordon Gekko.

Gezien in Cannes: 'Money Monster' van Jodie Foster, 'een amusant en degelijk Hollywoodsprookje'

George Clooney in 'Money Monster'. © gf

Money Monster, de vijfde langspeler van Jodie Foster als regisseuse, is niet de eerste grote Hollywood productie die corporate America en zijn greed is good-motto te lijf gaat, en het is ook niet de beste of de slechtste. Daarin mag George Clooney de gladde beursgoeroe Lee Gates incarneren die een even populair als populistisch geldprogramma presenteert, maar tijdens een live-uitzending wordt overmeesterd door ene Kyle Budwell, een working class-knul (coming man Jack O'Connell, die eerder zijn talent showde in Starred Up en Unbroken) die zopas al zijn spaarcenten heeft verspeeld na Lee's zoveelste niet zo gouden tip.

Zal de berooide schlemiel de gehaaide geldwolf live opblazen met miljoenen kijkers als sensatiegeile getuigen? Of neemt de gijzelingsactie een andere, verrassender wending? Foster laat het je in (quasi) real-time ontdekken, en lardeert Kyle's tot mislukken gedoemde en met semtex omgorde wraakmissie met de nodige sitcom en overdadige mediasatire, waardoor Money Monster in de slipstream van zowel Mad City, Inside Job als The Big Short sluipt.

Julia Roberts in 'Money Monster'.

Julia Roberts in 'Money Monster'.

Onderhoudend is deze genre mash-up - deels energieke hold-upthriller, deels pamflettair j'accuse - dan ook zeker, van Kyle's knullige entree in de spotlights tot de groteske finale op Wall Street. Tenminste toch tot de film zichzelf bewust begint te worden en zijn evidente preek - greed is not good - te serieus begint te nemen. Ondertussen mogen Julia Roberts en Dominic West de show oppeppen als respectievelijk Lee's loyale maar al even gehaaide producente en de corrupte CEO die voor de miljoenenbubble verantwoordelijk blijkt.

Alleen is Foster geen Oliver Stone of Martin Scorsese, die het materiaal ongetwijfeld meer visuele schwung hadden gegeven, de punches harder en cynischer hadden doen aankomen en dus meer geld voor hun keiharde dollars hadden geleverd.

In de eindafrekening - waar ook in Hollywood tenslotte alles om draait - is Money Monster dan ook meer een amusant en degelijk Hollywoodsprookje, waarin Joe Doe heel even in de waan gelaten wordt dat hij de financiële powers that be ter verantwoording kan roepen, dan een venijnige, welgemikte en lang nazinderde uppercut in de chronisch geile ballen van 'that malfunctionting corporation called the USA', om maar even Gordon Gekko te citeren.

Of hoe je Tinseltown in navolging van Pink Floyd grijzend hoort zingen: Money, it's a gas. Grab that cash with both hands and make a stash.

Dave Mestdach, onze filmman in Cannes, brengt dagelijks verslag uit van op de Croisette.

Onze partners