Franse cultacteur Alain Delon wordt 80: zeven topfilms uit zijn oeuvre

08/11/15 om 10:15 - Bijgewerkt om 11:08

Rasacteur, tieneridool, stijlicoon, playboy: Alain Delon was het allemaal. Vandaag wordt hij tachtig. Een hommage aan 'la plus belle gueule du cinéma français' in zeven films.

Franse cultacteur Alain Delon wordt 80: zeven topfilms uit zijn oeuvre

© /

Hoewel Delon, geboren op 8 november 1935 in een buitenstadje van Parijs, in meer dan tachtig films opdraafde, was er geen enkele Franse ster die zo consequent over z'n imago van enigmatische playboy wist te waken als hij. Zo liet hij zijn sculpturale verschijning meesterlijk exploiteren door Luchino Visconti in zijn doorbraakfilm Rocco e i suoi Fratelli (1960), terwijl die andere Italiaanse maestro Michelangelo Antonioni hem in L'Eclisse (1962) slim castte als het gepolijste gelaat van het modernisme. Andere Delon-klassiekers zijn Plein Soleil (1960), La Piscine (1969), Mr. Klein (1978) en vooral de misdaadthrillers die hij maakte met Jean-Pierre Melville (Le Samouraï, Le Cercle rouge, Un flic) waarin zijn persona van ijskoude engel met gebroken hart haast een rituele invulling kreeg.

Franse cultacteur Alain Delon wordt 80: zeven topfilms uit zijn oeuvre

© /

Ook privé liet Delon - ravenzwarte haren, onpeilbare blauwe ogen - voldoende van zich spreken om een levende legende te worden genoemd. Van zijn stormachtige affaires, over zijn eigen parfum- en sigarettenmerk tot zijn gekoketteer met Le Pen en Sarkozy: vele biografieën kunnen over hem worden gevuld. Bovendien was er de pijnlijke breuk met zijn verloofde Romy Schneider, vermoedelijk omdat Delon een kind had verwekt bij Duits fotomodel en latere The Velvet Underground-zangeres Nico.

Nog dubieuzer is de affaire Markovic uit 1968, toen zijn bodyguard Stevan Markovic met een kogel in het hoofd in een afvalbak werd gevonden. Uiteindelijk werd de Corsicaanse gangster François Marcantoni - één van Delons louche maffiavrienden - van de opdracht tot de moord beticht, maar Delon zelf werd lange tijd als medeplichtige beschouwd.

Franse cultacteur Alain Delon wordt 80: zeven topfilms uit zijn oeuvre

© Reuters

'Ik wil bemind worden zoals ik mezelf bemin', liet l'ange froid zich ooit ontvallen. En aan een gebrek aan devotie heeft de meest gracieuze Fransman die ooit op pellicule werd geborsteld nooit een gebrek gehad. Zo siert Delon de cover van het album The Queen is Dead van The Smiths, hijgde hij de mannelijke vocalen in van Dalida's wereldhit Paroles Paroles en inspireerde hij pornohengst Rocco Siffredi - naar z'n personage in de misdaadfilm Borsalino - tot diens nom d'artiste. Geef toe: er zijn er die voor minder een cultheld werden genoemd.

Zeven toppers uit het oeuvre van Alain Delon:

PLEIN SOLEIL (Rene Clement, 1960)

Met Plein soleil tekende Rene Clément voor één van de beste verfilmingen van de Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith. Het is een adaptatie van The Talented Mr. Ripley, het in 1955 gepubliceerde eerste boek uit de populaire vijfdelige serie over de amorele moordenaar en dief Tom Ripley, die in opdracht van een bezorgde Amerikaanse vader naar Europa trekt waar hij de zoon van de man, een rijke playboy, vermoordt en zijn identiteit aanneemt.

In tegenstelling tot Anthony Minghella's verfilming uit 1999 met Matt Damon en Jude Law legt Clément minder de klemtoon op Highsmiths homoseksuele koketterie, maar dat wil niet zeggen dat deze misdaadfilm met veel aandacht voor mooie jonge lichamen niet de degelijkheid van een elegante klassieker heeft.

Het is ook de film die een internationale ster maakte van de toen 25-jarige, oogverblindend knappe Alain Delon, die vele meisjesharten - én andere - deed smelten in de zwoele, Zuid-Franse zomerzon.

ROCCO E I SUOI FRATELLI (Luchino Visconti, 1960)

Maestro Luchino Visconti - de communistische aristocraat - laat kritisch realisme en opera-achtig temperament op intense wijze met elkaar botsen in dit portret van een moeder en haar vijf zonen die hun armoedig bestaan in het zuiden ontvluchten om in Milaan een nieuw bestaan op te bouwen.

De matriarche slaagt er niet in de clan bij elkaar te houden: de zonen worden slachtoffer van het geweld en het verderf van de grote stad, waarbij Visconti's liefkozende camera maar niet genoeg krijgt van de jonge Delon als sensuele jongste telg die langzamerhand zijn onschuld verliest.

L'ECLISSE (Michelangelo Antonioni, 1962)

Met L'eclisse sluit grootmeester Michelangelo Antonioni zijn trilogie van de eenzaamheid af, die hij begon met L'avventura (1960) en La notte (1961).

In de fameuze eindsequens filmt Antonioni niet de geliefden Monica Vitti en Alain Delon, hier een zwierige makelaar tot wie ze zich aangetrokken voelt maar met wie ze nooit van de echte liefde zal proeven, maar de plaats waar ze hebben afgesproken maar niet opdagen: de verlaten straten en de strakke lijnen van een tot steriliteit uitnodigend moderne wijk. Antonioni filmde voornamelijk in de Espozione Universale di Roma (EUR), een stadsdistrict dat Mussolini liet bouwen, maar dat pas in de jaren vijftig en zestig voltooid werd.

LE SAMOURAÏ (Jean-Pierre Melville, 1967)

Een beetje zichzelf respecterende moordenaar hult zich in trenchcoat en fedora, tenminste toch sinds Delon in deze magistrale thriller te zien was als kille huurmoordenaar Jef Costello die na de moord op een nachtclubeigenaar zowel door zijn opdrachtgever als de politie opgejaagd wordt.

Le Samouraï - de Amerikaanse noir herleid tot zijn minimalistische essentie - begint met een citaat: 'Er bestaat geen grotere eenzaamheid dan die van de samoerai, tenzij misschien die van de tijger in de jungle.' Zogezegd komt het uit de Bushido, het boek van de samoerai, maar het is een puur verzinsel van Melville: de misdaadgrootmeester die als geen ander Delons sobere acteerstijl wist door te trekken tot in het extreme en van hem een wandelend sculptuur, met een eeuwig uitdrukkingsloos gezicht maakt. Een sublieme existentiële policier met een sublieme, onpeilbare Alain Delon.

LA PISCINE (Jacques Deray, 1969)

'Leather jackets made in heaven fashioned from the skin of Alain Delon', dichtte Patti Smith op haar album Easter uit 1978. De blauwogige Delon was toen nog altijd 'la plus belle gueule du cinéma français'. De acteur was ook diegene die Romy Schneider aan regisseur Jacques Deray suggereerde toen die bij hem aanklopte voor La piscine, een verzengende huis clos rond een zwembad over passie, onvervulde verlangens, jaloezie en moord.

Glamoursterren Delon en Schneider stonden zo voor het eerst weer samen voor de camera sinds hun relatie drie jaar eerder op de klippen was gelopen. Iets van de onafwendbare doem uit wat ooit een van de meest mythische liefdeskoppels van de Franse cinema was, sijpelt door in deze zwoele polar à la française.

De film - waarnaar Ozon knipoogt in Swimming Pool - bevat opvallend spaarzame dialogen van Buñuelscenarist Jean-Claude Carrière. Delon huilt niet voor de camera zoals in Rocco e i suoi fratelli, maar deze sensuele thriller doorprikt wel de kille façade uit zijn vroegere gangsterfilms als Le Samouraï.

UN FLIC (Jean Pierre Melveli, 1973)

In de laatste film van Jean-Pierre Melville speelt Delon voor één keer niet de slechterik maar wel een dienaar van de wet. Als een druk gesolliciteerde Parijse commissaris gaat hij achter enkele bankovervallers aan die ook betrokken zijn bij een drugsoverval per helikopter op een internationale trein. Pikant detail: de kille Delon onderhoudt intussen een relatie met het blonde liefje (Catherine Deneuve) van het gangsterbrein.

Toegegeven, door het gebruik van studiomaquettes oogt de treinroof gedateerd, maar Melvilles scherpe oog voor de details, zijn onnavolgbare gevoel voor ritme en ruimte geven deze strakke misdaadprent een apart cachet - denk maar aan de magistrale openingsscène.

Leuk weetje: Melville hield ervan zich te omringen met jonge mensen en bekende namen. Zo trad de dochter van Jean Gabin op als scriptgirl, terwijl Delons broer en de kinderen van Jacques Tati als assistenten fungeerden.

MR. KLEIN (Joseph Losey, 1978)

'Mr. Klein is de mooiste rol die ik ooit gespeeld heb', zei Delon over deze pre-holocaustfilm over de organisatie en het verzamelen door de Parijse prefectuur van de Joden in 1942 in de Vélodrome d'hiver vanwaar ze naar de gaskamers gestuurd werden. Delon sprak zelf regisseur Joseph Losey aan en produceerde deze politiek-fantastische bezettingsfilm via zijn firma Adel Productions.

Het onderwerp van racisme en tolerantie lag ook Losey nauw aan het hart: in het begin van de jaren vijftig had de regisseur van The Servant de VS verlaten als slachtoffer van de communistenjacht. Zijn glaciale stijl, met symbolisch gebruik van spiegels, past perfect bij het strakke, marmeren gezicht van Delon, die een kunsthandelaar speelt die tegen spotprijzen kunst opkoopt van Joden tijdens de bezetting.

Het luxueuze leven van deze arrogante Parijzenaar verandert echter in een kafkaiaanse nachtmerrie wanneer hij het slachtoffer van een persoonsverwisseling wordt en hij voor een Jood wordt aanzien. Een beklijvende film over bureaucratische en andere horror, die zowel voor Delon als Losey hun laatste artistieke hoogtepunt bleek.

Onze partners