Filmrecensie 'Alleluia': Bloed, suiker, seks, horror

12/11/14 om 16:46 - Bijgewerkt om 17:12

Bron: Knack Focus

De Brusselse regisseur Fabrice Du Welz vindt zichzelf opnieuw uit met de goddeloze huivertrip Alléluia.

Filmrecensie 'Alleluia': Bloed, suiker, seks, horror

Alleluia © gf

Alléluia

Fabrice Du Welz met Laurent Lucas, Lola Dueñas, Édith Le Merdy

'Je proeft het bloed en dat is altijd een goed teken', zei Welp-regisseur Jonas Govaerts twee weken geleden in Knack Focus over de vierde film van de Belg Fabrice Du Welz, en dat kan alleen maar beaamd worden. Je proeft het bloed en je voelt het vuur waarmee deze hitsige, onbescheiden film over een duivelskoppel is gemaakt.

Na een slecht afgelopen avontuur in de Franse filmindustrie was de immer gepassioneerde Du Welz nog méér gedreven om de kijker omver te blazen. Dat doet hij met alle cinematografische middelen die te zijner beschikking staan én met de hulp van een begenadigde cameraman (Manu Dacosse) en twee acteurs die zich met hart en ziel smijten. De eigenaardige Laurent Lucas, de onfortuinlijke charmezanger uit Du Welz' heerlijk gemene debuut Calvaire (2004), speelt een occulte, door zijn moeder misbruikte gigolo die eenzame vrouwen in bed praat en vervolgens besteelt. De vinnige Almodóvar-habitué Lola Dueñas transformeert van eenzaam slachtoffer in stapelverliefde, stikjaloerse handlangster.

Apart zijn ze relatief onschuldig, samen een sinister duivelskoppel dat het slechtste in elkaar naar boven haalt. Verteerd door lust, liefde en aanhankelijkheid vergeten ze om onderweg naar de hel op de rem te gaan staan. Voor een optimistische kijk op de mens zit je in de verkeerde zaal. De visie op het koppel is nog zwarter en sardonischer dan in Gone Girl. In crescendo gaat het van grimmige geloofwaardigheid naar vuurrode waanzin met een zeer morbide musicalmoment als kantelpunt. Het groteske gaat ten koste van het verhaal, maar voor een violente, verstikkende trip zit je in de juiste kerk. Amen!

Niels Ruëll

Onze partners