'The Hunger Games: Catching Fire'

27/11/13 om 12:09 - Bijgewerkt om 12:09

Bron: Knack Focus

Alle elementen die van The Hunger Games een verrassende voltreffer maakten, blijven nasmeulen in opvolger Catching Fire.

The Hunger Games: Catching Fire *** Frances Lawrence met Jennifer Lawrence, Josh Hutcherson, Woody Harrelson

'The Hunger Games: Catching Fire'

Een blockbusterfranchise die op het eerste niveau manipulatief popcornvertier is, maar op het tweede een satire op de pretindustrie die ze vertegenwoordigt? Cultuurfilosoof Theodor Adorno zou een vette kluif hebben gehad aan The Hunger Games, en ook de sequel bevat genoeg chills, thrills én food for thought om 150 minuten lang zowel je intellectuele honger te stillen als je nood aan puur, elke kritische denkreflex verlammend entertainment.

Het verassingseffect is in dit middenluik - het helpt als je de voorganger hebt gezien en weet dat er nog twee slotepisodes volgen - wat weg. Maar dat wordt gecompenseerd door het feit dat alles grootser, grimmiger en spectaculairder oogt dan in het succesvolle én doorbloede eerste deel. Met enige zin voor reductionisme zou je Catching Fire kunnen omschrijven als de sciencefictionversie van Survivor: All-Stars, waarbij de winnaars van vorige hongerspelen, waaronder dus ook Katniss Everdeen (Jennifer Lawrence), gedwongen worden om het tegen elkaar op te nemen.

Een opstand broedt tegen de big-brotherdictatuur van president Snow (Donald Sutherland) en zijn sadistische, live op tv uitgezonden gladiatorenspelen. En aangezien de overlevenden door de morrende massa als verzetshelden worden aanbeden, is een supereditie de perfecte manier om zowel de revolutie als haar emblemen te liquideren. Het motto van mediatheoreticus Marshall McLuhan - 'we amuseren ons kapot' - krijgt dus een letterlijke invulling, al is Katniss niet van plan het realityspelletje zomaar mee te spelen, hoewel ze ook nu weer samen met haar maatje Peeta (Josh Hutcherson) de met dodelijke hightechhinderlagen bezaaide arena wordt ingejaagd.

Net als deel één biedt Catching Fire een uitgemeten mix van actie, romantiek, satire en scifikitsch, met prima special effects en een koortsig ritme die je zonder veel expositie richting Panem beamen. Toch ligt de ware kracht van de franchise in het menselijke aspect en de empathiefactor - een ironische vaststelling aangezien het om een sciencefictionfabel gaat die de realitycultus tot in het extreme en immorele doortrekt.

Dat is in eerste instantie te danken aan Jennifer Lawrence, die weer eens met veel feministische flair en discreet uitgebuit sexappeal de jonge heldin tegen wil en dank incarneert. Bovendien krijgt de rest van de cast rollen, toupetten en pakjes aangemeten om zich met schwung te smijten, zoals Woody Harrelson als Katniss' mentor, Stanley Tucci als de pompeuze glitternicht die de Spelen presenteert, of Philip Seymour Hofman, die de sinistere spelleider Plutarch incarneert.

Dat Gary Ross in de regiestoel werd vervangen door Frances Lawrence is er alvast amper aan te zien, wat tegelijk het fabrieksmatige als de originaliteit van het concept illustreert. Toegegeven, het einde mist punch en sommige plotlijnen dienen slechts als opwarmer voor delen 3.1 en 3.2. Bovendien is het inhoudelijk nu ook weer niet zo diepzinnig en subversief dat Adorno er lyrisch van zou worden. Maar de brood-en-spelenformule werkt tenminste en wordt ook nu met kunde uitgevoerd. Er zijn kwalijker dingen denkbaar dan je in een multiplex opwarmen aan Catching Fire.

Dave Mestdach

Onze partners