Recensie 'Journal d'une femme de chambre': Repressieve seksualiteit die prikkelt

01/04/15 om 09:25 - Bijgewerkt om 09:25

Léa Seydoux zalft en slaat als kokette kamermeid in Benoît Jacquots vage maar curieuze versie van Journal d'une femme de chambre.

Recensie 'Journal d'une femme de chambre': Repressieve seksualiteit die prikkelt

Léa Seydoux © Stéphane Oiry

Journal d'une femme de chambre

Benoît Jacquot met Léa Seydoux, Vincent Lindon, Hervé Pierre

Aan kostuumfilms over kokette dames in korset en hun amoureuze, sociale en seksuele kwellingen is er in de Europese cinema nooit een gebrek geweest. En dus kan het bezwaarlijk een verrassing heten dat Le journal d'une femme de chambre, Octave Mirbeaus aangebrande schandaalroman uit 1900, ondertussen al aan zijn derde verfilming toe is.

Zoomden de twee eerdere versies - die van Jean Renoir uit 1946 met Pauline Goddard, en die van Luis Buñuel uit 1964 met Jeanne Moreau - met fetisjistisch genoegen in op de psychoseksuele kant van het verhaal, dan houdt Benoît Jacquot zich meer aan de oppervlakte. Wat Célestine, de kamermeid in kwestie, echt drijft en wat haar diepste zielenroerselen zijn, blijft in een waas van mysterie gehuld, net als de vraag of het evoceren van zo'n onbestemde ambiguïteit überhaupt wel Jacquots bedoeling was.

Nochtans draagt een perfect gecaste Léa Seydoux de film met verve en met het soort (zelf)destructieve sensualiteit die ze eerder al in La vie d'Adèle (2013) etaleerde. Je ziet de minachting en de spot haast uit haar ogen schieten wanneer ze als de mooie Célestine weer eens haar pafferige, hitsige baas moet afschudden. Of wanneer diens serpent van een vrouw, die Célestine van Parijs naar de provincie heeft gehaald, haar voor de zoveelste keer op de vingers tikt. Maar hoe perfide ze door haar nieuwe, rijke werkgevers ook behandeld wordt, Célestine lijkt niet van plan zich zomaar te laten knechten. Uit haar verleden leerde ze namelijk dat een simpele dienstmeid wel degelijk een chic huishouden kan domineren als ze op de juiste momenten aan de juiste touwtjes trekt.

Wat dat schimmige verleden precies inhoudt, kom je beetje bij beetje te weten door enkele efficiënt ingelaste flashbacks. Vrouwenfilmer Jacquot, die Seydoux eerder regisseerde in het Franse Revolutie-hofdrama Les adieux à la reine (2012), is bovendien zo slim om de wederzijdse aantrekkingskracht tussen Célestine en de zweterige, zwijgzame en rabiaat antisemitische stalknecht Joseph (Vincent Lindon) nooit te exploiteren.

Hoewel de film in - weliswaar elegant in beeld gezette - rondjes lijkt te draaien en in zijn zelfbewuste ironie (let op de noirachtige soundtrack, alsof je naar een portie pulp fiction in korset zit te kijken) tevergeefs een pointe lijkt te zoeken, zitten er enkele verrassende weerhaakjes in: excentrieke momenten die de klassieke façade even doorprikken, de lome polsslag even de hoogte injagen en je alsnog doen afvragen of de sluwe, sensuele Célestine aan haar al dan niet zelfgekozen keurslijf zal weten te ontsnappen.

Een film over repressieve seksualiteit die meer teaset dan pleaset, met Seydoux als meesteres en slavin tegelijk.

Onze partners