Recensie 'Drift': Man bijt Hond

16/04/14 om 20:26 - Bijgewerkt om 20:26

Bron: Knack Focus

Net als zijn hoofdpersonage lijkt Benny Vandendriessches debuutfilm Drift soms hopeloos op de dool, maar toch vaart hij tegelijk koppig zijn eigen koers.

Drift ** Benny Vandendriessche met Dirk Hendrikx, Lieve Meeussen, Constantin Cojocaru

Recensie 'Drift': Man bijt Hond

Een naakte vent die tevergeefs rechtop tracht te klauteren op een matras die in volle zee dobbert, en een zwart-witballet tussen een man en vrouw op de tonen van Purcells weemoedige doodsballade When I Am Laid in Earth. Het zijn respectievelijk de bevreemdend ontroerende en memorabele begin- en slotscènes van Benny Vandendriessches meditatieve rouwdrama Drift. Alleen is hetgeen ertussenin zit niet altijd even geïnspireerd en, ondanks de relatief korte speelduur van tachtig minuten, vaak te opaak, etherisch en repetitief voor zijn eigen goed.

Naar eigen zeggen wilde Vandendriessche, die zich inspireerde op de performances van hoofdrolspeler Dirk Hendrikx, een verhaal over lijden en verlies op een louter fysieke manier vertellen - zonder klassieke plot maar met instinctief geschoten beelden waaruit ruwe emoties worden gebeiteld. Art brut met een camera, zo je wil. Voortdurend en zonder omzien of uitleg wordt tussen heden en verleden gezapt, en pas na een poosje begrijp je dat de naamloze drifter - Hendrickx dus - na een slepende ziekte afscheid heeft moeten nemen van zijn vrouw en sinds haar dood door de postcommunistische ruïnes van Roemenië doolt, tussen de alomtegenwoordige zwerfhonden, wanhopig op zoek naar troost, een thuis of enige zingeving.

Dat Vandendriessche, de Gentse selfmade man die eerder videoclips draaide voor Sam Moore, Daan, Manngold en Bobbejaan Schoepen, cinema op een plastische manier durft te benaderen en eerder suggereert dan dicteert - een tactiele aanpak die in de lijn ligt van Vlaamse collega's als Gust Van den Berghe en Caroline Strubbe - is bewonderenswaardig. Want platte prefabproducten produceren we te lande al genoeg en zoals Godard al wist: een verhaal heeft een begin, een midden en een einde, maar niet noodzakelijk in die volgorde.

Bovendien gaat van Hendrikx, met of zonder woeste baard, een steen op zijn karakterkop dragend of een loopse straathond aan zijn been, steevast een melancholische présence uit die je meetrekt en -sleurt. Alleen jammer dat dit in vale kleuren gevatte filmgedicht te vaak rondjes in het ijle draait, niet alle shots en sequensen even geslaagd zijn en er te makkelijk wat minimalistische muziek tegenaan wordt gegooid wanneer de puzzel uiteen dreigt te vallen of het tempo te stokken.

'Geen gedicht is bedoeld voor de lezer, geen beeld voor de beschouwer en geen symfonie voor de luisteraar', schreef de onvolprezen Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin, en die woorden neemt Vandendriessche hier hartstochtelijk en haast blind passioneel ter harte. Tot lof van de dromer en tot ergernis van de populist.

Dave Mestdach

Onze partners