Oh Boy: Berlijnse blues

05/06/13 om 14:08 - Bijgewerkt om 14:08

Bron: Knack Focus

Met zijn dartele zwart-witdebuut Oh Boy roept de Duitser Jan Ole Gerster herinneringen op aan Woody Allen in betere dagen. Toll!

Oh Boy: Berlijnse blues

Met zijn dartele zwart-witdebuut Oh Boy roept de Duitser Jan Ole Gerster herinneringen op aan Woody Allen in betere dagen. Toll!

Het begin met de witte letters in italic tegen een zwarte achtergrond, de jazzy deuntjes waarmee van de ene grappige dialoog naar het andere gênante moment wordt gegleden en de sfeervolle intermezzo's met zwart-witte grootstadbeelden van gebouwen, trams, straatlantaarns en met graffiti bespoten muren. Jawohl, debuterend regisseur Jan Ole Gerster heeft duidelijk héél goed naar Woody Allens romcomklassieker Manhattan (1979) gekeken, met dit verschil dat hij zich de trans-Atlantische trip bespaart en zijn slackerportret situeert in een met melancholie besprenkeld Berlijn.

Hoewel Gerster de toeristische hotspots wijselijk mijdt - geen Brandenburger Tor of Alexanderplatz hier - is de Duitse hoofdstad het eigenlijke hoofdpersonage van dit bedrieglijk luchtig, maar door spijt, schaamte en schuld gegangmaakte tranche de vie. Gerster volgt een dag uit het leven van Niko Fischer: een eeuwige student die, zonder dat zijn pa dat weet, al twee jaar niet meer naar de unief gaat, elk liefje dumpt nog voor dat de woorden 'trouwen' en 'kinderen' kan uitspreken en zijn dagen vult met rondhangen, leuteren, proberen een koffie te scoren en met mistroostige blik aanzien hoe de tijd voorbij schrijdt en de koffiemachines leeg blijken.

Veel heeft deze bitterzoete, op 83 minuten afklokkende dramady niet om het lijf, maar Gerster weet de pijn van het twentysomething zijn op een even tedere als treffende manier te vatten. Van de proloog, waarin Niko zijn lief te kennen geeft dat ze beter vrienden blijven, over de scène waarin hij zijn eenzame buurman over de vloer krijgt, tot het toevallige weerzien op café met het voormalige dikkerdje van zijn klas: de herkenbaarheid en oprechtheid druipen er in dikke geuten af. En dat dankzij de trefzekere montage, het spontane spel van de (relatief) onbekende cast en de contrastrijke zwart-witfotografie van cameraman Philipp Kirsamer, die een poëtische voile over de schijnbaar banale Berlijnse gebeurtenissen drapeert.

Dat Gersters lofidebuut een vette hit bleek in die Heimat en de belangrijkste Duitse filmprijzen wegkaapte voor de neuzen van Lore, Cloud Atlas en Hannah Arendt mag daarom niet verbazen. Voor een debutant staat deze geboren en getogen Berliner opvallend matuur te regisseren en monteren, terwijl Oh Boy precies doet waar Gersters grote voorbeeld Woody Allen al jaren niet meer in slaagt: charme en sitcom koppelen aan laconieke ennui en visuele flair, en al doende een filmpje afleveren dat tegelijk zoekt, vindt en verdwaalt en in weerwil van zijn schlemielige hoofdpersonage, een soort Oblomov voor de YouTube-generatie, sprankelt van de sehnsucht en vitaliteit. Gaat dat zien, Woody!

Dave Mestdach

Onze partners