Maestro Mauro Bolognini herontdekt

24/08/10 om 14:45 - Bijgewerkt om 14:45

Bron: Knack Focus

De uitgave van zijn werk op dvd bewijst dat Mauro Bolognini veel meer was dan de Visconti du pauvre.

Maestro Mauro Bolognini herontdekt

Bubu de Montparnasse (1971)
Film: *** ~ Extra's: ***
Carlotta/TwinPics

Liberté, mon amour! (1973)
Film: *** ~ Extra's: ***
Carlotta/Twin Pics
(Franse import/geen Nederlandse onderschriften)

Films. Vergeet de vooroordelen over Mauro Bolognini als een verfijnd estheet die zich vooral om decors en kostuums bekommert. Natuurlijk zien de eerste twee van de vier films die het cinefiele huis Carlotta op dvd uitbrengt er bijzonder fraai uit: de fotografie is somptueus, de picturale en architecturale referenties (aan de impressionistische schilderkunst in Bubu en aan de fascistische bouwkunst in Libera, amore mio...) zijn allergeraffineerdst en de visuele stijl is weelderig op het wellustige af.

Die oogstrelende verpakking is voor een keer echter geen kwestie van academisme. De films ogen stijf noch stoffig, maar zitten vol leven en emotie. Bolognini filmde het verleden alsof de gebeurtenissen zich vandaag afspelen. Hij draaide snel en zonder veel te repeteren op de echte historische locaties. Bovendien laat Bolognini de uiterlijke pracht en praal van zijn films dramatisch contrasteren met zijn harde, onsentimentele verhalen. Bolognini, een homoseksueel, tekent in beide films prachtige portretten van sterke vrouwen die door een hypocriete of totalitaire maatschappij vernietigd worden.

De heldin van Bubu is een jong meisje dat in het belle époque-Italië van de eerste jaren van de vorige eeuw van thuis wegloopt om bij de door haar zeer geliefde bakkersknecht te kunnen zijn. Uit liefde voor deze nietsnut, begint ze zich te prostitueren. Ze is zich van geen kwaad bewust, tot het noodlot toeslaat en ze syfilis krijgt. De manier waarop haar omgeving én haar besmette pooier op de ziekte reageren, roept akelige parallellen op met hiv. In 1971 kon Bolognini dat natuurlijk niet weten, maar de ziekte de film erg actueel. De aftakeling van het jonge meisje is trouwens des te pijnlijker, omdat de piepjonge actrice Ottavia Piccolo - toen amper 21 - een erg aandoenlijke vertolking neerzet. Zelfs in de vuilste situaties weet ze een ontwapende onschuld uit te stralen.

Voor Libera, amore mio... kon Bolognini op een meer ervaren talent rekenen: Claudia Cardinale, die trouwens zijn fetisjactrice zou worden. Cardinale vertolkt een jonge, vrijgevochten moeder-echtgenote die zich tijdens het fascisme niet laat muilkorven en de zwarthemden blijft uitdagen. Zo brengt ze haar hele gezin in gevaar en wordt ze, in het spoor van haar anarchistische vader, zelfs verbannen naar een van de zuidelijke Italiaanse eilanden waar ongewensten en tegenstanders van het regime terechtkwamen. Doorheen dit portret van een opstandige vrouw schetst Bolognini de geschiedenis van het Italië van de jaren 30. Wat aanvankelijk nog een farce lijkt, mondt uiteindelijk in een echte tragedie uit. Ook na de bevrijding blijft de toon bitter: het land breekt immers niet radicaal met zijn fascistische verleden, maar zadelt de Democracia Cristiana op met een onverwekte erfenis.

Extra's. Bolognini kenner Jean A. Gili leidt de films deskundig uit en interviewt ook uitgebreid de maestro in zijn flat aan de Spaanse Trappen in Rome.

Patrick Duynslaegher

Onze partners