Lisandro Alonso Box: Treinen der traagheid

26/10/10 om 10:54 - Bijgewerkt om 10:54

Bron: Knack Focus

De Argentijnse cineast Lisandro Alonso toont in bedwelmende sequentieshots de eenzaamheid van zijn hoofdpersonages.

Lisandro Alonso Box: Treinen der traagheid

Lisandro Alonso Box (2001-2004-2006-2008)

Films: ****/*** ~ Extra's: **

(Filmfreaks)

Lisandro Alonso is een van dé arthouselievelingen. Nochtans worden zijn vier langspeelfilms - La libertad (2001), Los muertos (2004), Fantasma (2006) en Liverpool (2008) - zowel aanbeden als verguisd. Voor de een is Alonso geniaal, voor de ander weinig meer dan vervelend. Omdat hij zelf het eerste half uur liever niet weet waarover een film gaat, zoals hij verkondigt in het bonusmateriaal bij deze box, verlangt hij van zijn toeschouwers evenveel geduld. Het gaat hem om de uitdaging.

La libertad opent met felrode letters op een zwarte achtergrond, waarbij de felle technobeat een hip grootstadsdrama laat vermoeden. Niet dus: de film volgt een dag uit het leven van een houthakker. Alonso's stijl is realistisch - semi-documentair zeg maar. Gaat La libertad over vrijheid? De vraag is of deze man die vrij is om te doen wat hij wil, waar en wanneer hij wil, toch geen slaaf is van zijn routine en gewoontes. Een standpunt neemt Alonso niet in, hij registreert enkel. Maatschappelijke betrokkenheid hoef je van zijn films dus niet te verwachten. De sociale achtergrond is als gegeven latent aanwezig en vraagt bijgevolg geen verdere uitdieping.

Alonso's stijl kent een hoogtepunt in het hypnotiserende Los muertos, waarin een man na zijn vrijlating uit de gevangenis naar zijn geboortedorp terugkeert. Ook hier toont Alonso een dag uit het leven van een man en kaart hij het concept vrijheid aan, al krijgt de film van bij het begin een onheilspellend kantje. In het openende langzame trackingshot langs riviertjes, bomen en planten valt je oog immers plots op twee kinderlijkjes. Centraal staat de band met de natuur, maar in de wijn en het slachten van het lam schuilen ook religieuze motieven. Alonso laat de kijker echter steeds vrij om er zijn eigen interpretatie aan te geven.

Voor Fantasma ruilt Alonso de natuur in voor het decor van het Teatro San Martin in Buenos Aires. De personages (onder wie de protagonisten uit La libertad en Los muertos) dwalen rond in een bioscoopgebouw. Een vergelijking met Tsai Ming-liangs Goodbye, Dragon Inn (2003) dringt zich op. Fantasma ontbeert wel de sensuele en melancholieke sfeer van Tsais film, maar deelt eenzelfde uitzichtloosheid en toont - opnieuw! - mensen in hun eenzaamheid. Bij Tsai zoeken ze tevergeefs naar contact, volgens Alonso heeft het individu genoeg aan zichzelf.

Fantasma vormt de sprinplank naar Liverpool, waar nogmaals een man één dag wordt gevolgd. Tegen een meditatief aandoend verteltempo en met zijn gekende minutieuze aandacht voor dagelijkse handelingen, kruipt Alonso in het spoor van een man op familiebezoek in zijn afgelegen geboortedorpje in Tierra del Fuego. De film blijft even fascinerend als zijn voorgangers, maar een echte progressie in Alonso's oeuvre betekent hij niet.

Piet Goethals

Onze partners