De Spaghettiwestern volgens Alex Cox

22/03/10 om 10:19 - Bijgewerkt om 10:19

Bron: Knack Focus

Afgelopen weekend stond de Spaghettiwestern centraal op het Offscreen Filmfestival. Het startschot werd gegeven met een lezing (annex filmvertoning) van cultregisseur Alex Cox.

De Spaghettiwestern volgens Alex Cox

Gunslingers, mondharmonica's en dorre woestijnen, opgesmukt met de klassiek geworden muziek van Ennio Moricone. Het laatste weekend van Offscreen Filmfestival stond in het teken van de (Italiaanse) Spaghettiwestern. Speciaal voor deze gelegenheid kon het festival rekenen op de expertise van een heel eigenzinnige Amerikaanse regisseur: Alex Cox. Afgelopen donderdag gaf hij een lezing over Spaghettiwesterns in Cinématek. En daarna vuurde Offscreen zijn behoorlijk geschifte westernparodie Straight to Hell af.

10.000 ways to die Anachronist, iconoclast en outsider, zo omschrijft Offscreen zelf Alex Cox, de man die als regisseur naam en faam maakte met films als Repo Man (1984) en Sid & Nancy (1986), maar daarna in 1987 commerciële zelfmoord pleegde met zijn bizarre westernkluchten Straight to Hell en Walker. Op dertienjarige leeftijd zag hij zijn eerste double bill met Italiaanse westerns en hij was meteen verkocht. Hij is ondertussen al meer dan 40 jaar aanbidder én kenner van westerniconen als Sergio Leone, Sergio Corbucci en Giulio Questi. Getuige daarvan zijn recent uitgegeven boek "10.000 Ways to Die: a director's take on the Spaghetti Western".

Dat was meteen ook de titel van zijn lezing in Cinématek, over de geschiedenis van het populaire gunslingergenre en hoe dat zijn eigen filmcarrière heeft geïnspireerd. De Spaghetti-western heeft meer dan 300 filmtitels voortgebracht, en Cox pikte daar een aantal films uit die ook allemaal op deze editie van Offscreen werden vertoond, misschien wel voor de laatste keer in 35 mm-versie! Cox prees die films aan met een schwung die je een 'deskundige' niet meteen toeschrijft. "It's a GREAT western. If you ain't seen it, go see it, you won't be disappointed": sympathiek en enthousiast. Wie hem als studiogast in De Laatste Show bezig heeft gezien, naast onze topacteur Jacques Vermeire, weet wat ik bedoel.

Straight to Hell

Na de lezing volgde de vertoning van Straight to Hell, een getikte westernparodie van de hand van Cox, die gedraaid werd met een bijzonder schraal budget en die tevens zijn hommage is aan een eerdere western: Django Kill (1967) van Giulio Questi. De plot: we volgen drie klunzige criminelen en een zwangere vrouw die na een mislukte bankoverval noodgedwongen onderduiken in een afgelegen dorpje in de woestijn van Almeria, een locatie die eerder al het decor vormde van vooral Spaanse westerns. De criminelen komen in contact, of zeg maar in botsing, met de lokale dorpelingen: een stelletje bizarre, koffiezuipende excentriekelingen, met als absolute showstopper: een homoseksuele burgemeester in volledig witte outfit. De dorpelingen zijn uiteraard niet zo gesteld op het bezoek van de vreemde indringers.

Django Kill, de inspiratiebron van Cox, was een Spaghettiwestern die met zijn homo-erotische ondertoon, gratuite geweld en donker cynisme - we willen de pret niet bederven, maar we mogen verklappen dat de good guys dit keer verliezen - , een heel andere richting insloeg dan zijn klassiekere voorgangers. Met Straight to Hell probeerde Cox zo trouw mogelijk te blijven aan die stijl van Django. Hij vat zijn film trouwens ook echt op als een parodie.

En dat zullen we geweten hebben. Het is eigenlijk één grote, wansmakelijke grap. En wel in die mate dat Cox een 'sex and cruelty consultant' nodig had toen hij 'm maakte. De cast is ook wel behoorlijk opmerkelijk, om niet te zeggen excentriek: Courtney Love, Dennis Hopper, Grace Jones, Elvis Costello, Joe Strummer... Petje af voor Cox die hier gewoon zijn eigen neus en buik volgde. Cinematografische durf die perfect past op Offscreen.

Bekijk een fragment uit het slot van Straight to Hell

Andreas Ilegems

Lees meer over:

Onze partners