De drie gedaantes van Godard (en hun onvermijdelijkste films)

05/09/17 om 21:00 - Bijgewerkt op 13/09/17 om 14:07

Bron: Knack Focus

Het enfant terrible? De Maoïst? Le vieux con? Regisseur Jean-Luc Godard is ze alledrie. Een duik in zijn eindeloze oeuvre.

De drie gedaantes van Godard (en hun onvermijdelijkste films)

I. HET ENFANT TERRIBLE

Le Mépris (1963)

Jean-Luc Godards enige echt grote bigbudgetfilm is, uiteraard, een film over het maken van een film. De legendarische regisseur Fritz Lang speelde zichzelf, maar alle aandacht, van pers én publiek, ging naar de blote billen van Brigitte Bardot: 'Tu les trouves jolies, mes fesses?' Oordeel zaterdag 9/9 zelf, op Canvas.

Pierrot le fou (1965)

Godards absolute meesterwerk volgens de kenners. Een gangsterfilm die tegelijkertijd - c'est du Godard - een deconstructie van het genre is. Jean-Paul Belmondo slaat met Anna Karina op de vlucht voor een bende paramilitairen in een door primaire kleuren gedomineerd metacinemaspektakel.

Alphaville (1965)

Meer dan de nachtelijke architectuur van Parijs had Godard niet nodig om een donker beeld van de toekomst te schetsen in dit dystopisch sciencefictionverhaal dat graag een film noir wil zijn. De zesde Godard-film waarin de betoverende Anna Karina, toen zijn vrouw en muze, een rol kreeg.

II. DE MAOÏST

La Chinoise (1967)

De eerste radicaal politieke film van de recent tot het marxisme-leninisme bekeerde Godard en een eerste hoofdrol voor zijn nieuwe muze Anne Wiazemsky. De plot, voor wie er een ontwaren kan, gaat over een groep studenten die de wereld willen veranderen aan de hand van Mao's theorieën over terrorisme.

Tout va bien (1972)

Rood, wit en blauw: het zijn, niet geheel toevallig, de kleuren van de Franse vlag die de esthetiek van deze essayfilm over de klassenstrijd domineren. Of hoe Godard het zelfs in zijn vooral door politieke boodschappen gekleurde films niet kan laten om het medium ook als kunstvorm te onderzoeken.

Numéro deux (1975)

Zoals zowat alle films uit 's mans filmografie is Numéro deux in essentie een reflectie op het medium film. Maar deze keer behoorlijk expliciet. Het eerste deel is een monoloog waarin de filmmaker zelf uitlegt waarom films maken eigenlijk niet zo heel erg veel verschilt van werken in een fabriek.

III. LE VIEUX CON

Prénom Carmen (1983)

Een heel erg vrije adaptatie van Bizets opera Carmen en de synthese van Godards nouvelle-vaguewerk en de radicalere films die daarna kwamen. De Nederlandse actrice Maruschka Detmers speelt een femme fatale die een ietwat onhandige bankbewaker meesleurt in haar onvermijdelijke val.

Histoire(s) du cinéma (1988-1998)

Een episch videowerk waarin Godard in de vorm van een audiovisueel essay een associatieve geschiedenis van de filmkunst schetst. De criticus, de essayist, de meestermonteur én de regisseur komen tot volle wasdom in wat misschien de meest godardiaanse Godard genoemd mag worden.

Film Socialisme (2010)

Een symfonie in drie hoofdstukken en een commentaar op de Franse nationale identiteit. Tot groot jolijt, én grote frustratie, van velen opnieuw een Godard-film die zich niet in enkele regels laat samenvatten. Vijftig jaar na zijn langspeelfilmdebuut verdeelt de dan tachtigjarige regisseur nog steeds de meningen.

Onze partners