De Britse New Wave van toen tot nu

24/04/12 om 17:04 - Bijgewerkt om 17:04

Bron: Knack Focus

'Tyrannosaur', nu in de bioscoop, en Andrea Arnolds bewerking van 'Wuthering Heights', vanaf 2/5 in de zalen, zijn films die hun wortels kennen in de Britse kitchen sink traditie. Een blik op evolutie en de invloed van het Brits Sociaal Realisme.

De Britse New Wave van toen tot nu

Voorafgaand aan de jaren vijftig kende de filmcultuur van Groot-Brittannië heel wat prestige. Het fiere koninkrijk dat meer en meer zijn macht moest delen met andere grootnaties was de bakermat van een resem straffe filmmakers. Charlie Chaplin, Alfred Hitchcock, David Lean, Carol Reed, Michael Powell en Emeric Pressburger kenden internationaal succes.

De periode rond Wereldoorlog II werd gedomineerd door prestigieuze filmproducties, voornamelijk geconcentreerd op thrillers en komedies waarin namen als Alec Guinness de plak zwaaiden. Midden jaren vijftig ontstond er opeens een nieuwe gewaarwording en gingen filmmakers zich meer concentreren op sociaal realisme en werden working class heroes plots het subject van de Britse film. Het Britse antwoord op de Nouvelle Vague in Frankrijk was geboren.

GENERATIE 1: FREE CINEMA

De ommezwaai in de Britse film gebeurde midden jaren vijftig met de opkomst van de zogenaamde Free Cinema. De Free Cinema was vooral een documentaire-stroming opgericht door Lindsay Anderson, Tony Richardson en Karel Reisz. In een manifest werden de regels van de filmstroming vastgelegd. Cinema kon nooit té persoonlijk zijn, het beeld moet spreken, perfectie is geen doel en stijl staat gelijk aan attitude. De films waren 'vrij' omdat ze buiten de restricties van de filmindustrie werden gemaakt. Free Cinema focuste grotendeels op de gewone Britse arbeider en lagere klasse. Observatie stond centraal.

O Dreamland(1953) Een twaalf minuten durende registratie door Lindsay Anderson van een kermis in het Engelse Kent.

Momma Don't Allow(1956) Korte documentaire van de hand van Tony Richardson en Karel Reisz over een jazz club in Noord-London.

GENERATIE 2: BRITISH NEW WAVE

De Free Cinema zou eind jaren vijftig al snel evolueren in de Britse New Wave. Filmregisseurs gingen zich in langspeelfilms toeleggen op de weergave van een grauwe realiteit, meestal in de setting van grimmige, industriële of sociale woonwijken. De gewone alledaagse arbeider en diens problemen stonden centraal. De modale Brit kreeg opeens een harde realiteit in zijn strot geduwd, een realiteit ontdaan van alle franjes. De Britse New Wave stond door zijn setting in de Britse achtertuin ook bekend als Kitchen Sink Realism. De films speelden zich zo goed als letterlijk af in de kleine huisjes of appartementjes van de werkende klasse. Het is uit de Britse New Wave, die eind jaren zestig al voorbij zijn hoogtepunt was, dat ook een heilige drievuldigheid aan regisseurs voortstroomde: Ken Loach, Mike Leigh en Stephen Frears, regisseurs bij wie het Brits Sociaal Realisme nog lang voelbaar zou zijn.

Kes(1969) Waarschijnlijk nog steeds het meest bekende en meest geapprecieerde werk uit Ken Loach zijn contributie aan het Brits Sociaal Realisme. Billy is een vijftienjarige jongen die zowel op school als thuis wordt gepest, maar vriendschap vindt bij de torenvalk Kes. De film schetst de mistroostige levensstijl van een jonge knaap die vooral bang is voor een toekomst in de koolmijnen.


My Beautiful Launderette(1985) Stephen Frears belicht thema's als homoseksualiteit, economie, politiek en racisme in de vorm van de vriendschap tussen een jonge Pakistaan en een straatcrimineel, die samen een wasserette beginnen.

Naked(1993)
Hoewel regisseur Mike Leigh in het begin van zijn carrière vooral subtiele komedies regisseerde over het reilen en zeilen binnen de midden- en arbeidersklasse, getuigde 'Naked' van een veel grimmigere aanpak. David Thewlis trekt als de intelligente Johnny op een tocht van zelfdestructie door de grauwe onderbuik van Londen.

DE HUIDIGE GENERATIEIn tegenstelling tot vele andere filmstromingen is het Brits Sociaal Realisme blijven overleven binnen de Britse cinema. Zelfs onder jonge en opkomende filmmakers de dag van vandaag. Shane Meadows, Michael Winterbottom, Lynne Ramsay, Paddy Considine en Andrea Arnold, allemaal hebben ze er koek van gegeten.

Ratcatcher(1999) Onder regie van de Schotse Lynne Ramsay, die vorig jaar nog verbaasde met 'We Need To Talk About Kevin', brengt 'Ratcatcher' een coming-of-age verhaal tegen de achtergrond van het arme Glasgow.

Butterfly Kiss(1995) Film van Michael Winterbottom over een lesbische seriemoordenaar die een naïef jong meisje op sleeptouw neemt.

This Is England(2006) Shane Meadows illustreert in dit drama het leven van enkele jonge skinheads in het hedendaagse Engeland.

Fish Tank(2009) Andrea Arnold, vanaf 2 mei te zien met 'Wuthering Heights', vertelt met 'Fish Tank' het relaas van de eenzame en agressieve vijftienjarige Mia, die een intrigerende vriendschap begint met de nieuwe vriend van haar moeder.

Tyrannosaur(2011) Vanaf 25 april is deze staalharde Britse kopstoot in de Belgische zalen te bekijken. Peter Mullan speelt een door woedeaanvallen geteisterde man wiens leven een andere wending neemt wanneer hij Hannah, een eigenares van een kleine kledingwinkel, ontmoet. Het is het regiedebuut van Paddy Considine.

(JVDV)

Onze partners