De beste tien generieken

15/03/11 om 14:59 - Bijgewerkt om 14:59

Bron: Knack Focus

Ook een film krijgt maar één kans om een eerste indruk te maken. Toch is de generiek een onderschat facet van het filmproces. Knack Focus zet de beste tien op een rij.

10. 300 (2007, Zach Snyder)De generiek van '300' is het beste product van de trend om alles wat met strips te maken heeft van een rood-zwarte openingssequentie te voorzien (denk ook aan 'Hostage' en 'Sin City'). Het gestileerde sandalenepos van Zach Snyder toont de strijd tussen Koning Leonidas (Gerard Butler) en de Perzische 'goddelijke koning' Xerxes (Rodrigo Santoro). Snyder durft de geschiedenis wel zijn heel eigen esthetiek mee te geven (Xerxes leek oorspronkelijk waarschijnlijk iets minder op een kale drag queen), waardoor de film een subtiele homo-erotische feel krijgt. De generiek is echter een bloed overgoten machospektakel in dezelfde stijl als de strips van Frank Miller (toevallig ook het brein achter 'Sin City').

9. Death Proof + Planet Terror (2007, Quentin Tarantino / RobertRodriguez) Twee films (geregisseerd door respectievelijk Tarantino en Rodriguez) die onder de gezamenlijke titel 'Grindhouse' in de Amerikaanse bioscopen verschenen. In Tarantinos bijdrage aan het tweeluik volgen we een psychopathische stuntman die jonge vrouwen ombrengt in geënsceneerde auto-ongelukken. Met 'Death Proof' lanceert Tarantino een vette knipoog richting de slasherfilms uit de jaren zeventig. Rodriguez flirt op zijn beurt met zombies in 'Planet Terror', waar een lusteloze stripteaseuse de wereld van een leger wandelende doden moet redden.

Al van bij de generiek druipt de Amerikaanse nostalgie van het scherm. Denk aan ordinaire diners met platvloerse serveuses, zongebruinde vrouwenbenen in hotpants en onkuise motelletjes. Vooral Rose McGowan doet met haar performance als karakterdanseres hoofden draaien. Later in de film verruilt haar personage een been voor een gebruiksklaar machinegeweer. Drastisch, maar als ex-vriendin van shockrocker Marilyn Manson is ze wel wat gewend.





8. Ghost World (2001, Terry Zwigoff) Voor de filmadaptatie van een stripverhaal verwacht je logischerwijs een animatiesequentie als generiek, maar die open deur trapt Terry Zwigoff wijselijk niet in. In 'Ghost World' volgen we de zonderlinge Enid (Thora Birch als amateurkunstenares met terminale Weltschmerz en een garderobe waar zelfs Gaga zich niet aan waagt) en Rebecca (Scarlett Johansson) in de zomer na hun diploma-uitreiking. Louter uit verveling beantwoordt het duo een annonce van ene Seymour (Steve Buscemi), die terug in contact probeert te komen met een onenightstand. Wat begint als een puberale frats mondt uit in een onwaarschijnlijke vriendschap, met als achtergrond mogelijk het dufste dorp ooit.

Soit, de generiek vat de essentie van 'Ghost World' knap samen: hoe overleef je als ambitieuze jonge wolf in een wereld geregeerd door grijze muizen en uniformiteit? Enid lost het op door in haar pyama te dansen op het Indiase gejengel van Jaan Pehechan Ho (een fragment uit 'Gumnaam'), maar er zijn vast nog andere opties.



7. Dancer in the Dark (2000, Lars von Trier) Wanneer Björk wat in de melk te brokken heeft, durven de dingen wel eens buitenaardse proporties aan te nemen. Nooit gedacht dat de IJslandse onder de regie van uitgerekend von Trier een oprecht aangrijpende rol zou neerzetten. Dat doet ze in 'Dancer in the Dark' overtuigend als de Tsjechische immigrante Selma. Björk kreeg er in Cannes dan ook de trofee van Beste Actrice voor en von Trier haalde met de film zelfs de Gouden Palm binnen. Maar een symbiose tussen de twee professionele weirdo's zou niet geslaagd zijn zonder ook maar één what-the-fuck-moment. Met de opening credits van 'Dancer in the Dark' mochten ze dat alvast doorstrepen op de checklist. Muzikaal zonder meer een magistrale ouverture en grafisch het best te omschrijven als een impressionistisch probeersel.



6. Enter the Void (2009, Gaspar Noé) Noé wordt wel eens een onverbeterlijke lust tot choqueren verweten, balancerend op de grens tussen kunst en wansmaak (herinner u de hyperrealistische verkrachtingsscène uit 'Irréversible'). Met het psychedelische melodrama 'Enter the Void' werkt hij als vanouds op het gemoed, te beginnen bij de generiek. We krijgen een stroboscopische opeenvolging van namen voorgeschoteld, die moeiteloos elke kijker doet schuimbekken. Een waarschuwing voor nietsvermoedende epileptici is op zijn plaats.



5. Once Upon a Time in the West (1968, Sergio Leone) Leone begint zijn 'Once Upon a Time in the West' met één van de langste opening credits ooit (bijna een kwartier!). Geduldig leidt de regisseur het verhaal in, met drie duistere vreemdelingen, een krakkemikkige stoomtrein en diverse prairiegeluiden als bouwstenen. Met enkel een harmonica schiep Ennio Morricone bovendien één van de meest iconische muziekstukjes ooit, zo groots dat het zijn bekendheid als componist overstijgt. Voor velen is de muziek in 'Once Upon a Time in the West' simpelweg het eerste geluid waar ze bij het woord 'western' aan denken, zonder de link met Morricone te maken. De grootst mogelijke eer en tegelijkertijd misschien wel de meest flagrante belediging voor een muziekschrijver.

4. The Shining (1980, Stanley Kubrick) Onheilspellend, verstikkend en dreigend is de generiek van Stanley Kubricks 'The Shining' zonder twijfel. Het is een torenhoog cliché, maar de muziek draagt daar in dit geval nog meer dan gewoonlijk toe bij. Zet onder de rustieke natuurbeelden in vogelperspectief een kitscherig country-deuntje en ze kunnen met wat verbeeldingskracht een (slechte) komedie inluiden. Dat is misschien overdreven, maar toch heeft de generiek zijn punch vooral te danken aan de combinatie van eerder neutrale beelden met de meest huiveringwekkende soundtrack ooit. Het is dan ook geen schande om nog voor het begin al meer in je broek te doen dan wanneer het iconische 'Here's Johnny!' door de boxen galmt.

3. Catch Me if You Can (2002, Steven Spielberg) In deze biografische prent speelt Leonardo DiCaprio Frank Abagnale Junior, een jeugdige delinquent die nog voor zijn negentiende verjaardag een fortuin vergaarde met behulp van diverse valse identiteiten. Zo poseerde Abagnale als piloot, dokter en advocaat, waarbij hij er telkens op los fraudeerde. Al dat gesjoemel maakte zijn leven tot een constante race tegen de legers van de FBI. Spielberg weet die gejaagdheid ook in zijn verfilming te verwerken met een ingenieuze animatiesequentie als begingeneriek. Een kleurrijke opwarming voor wat komen gaat.

2. Vertigo (1958, Alfred Hitchcock) Suspensemeester Hitchcock haalt voor 'Vertigo' de spirograaf van onder het stof. Met de karakteristieke geometrische vormen simuleert de generiek op doeltreffende wijze het gevoel van hoogtevrees (en vooral de bijhorende misselijkheid). Geen toeval, aangezien de gepensioneerde privédetective in de hoofdrol nog geen klein beetje aan acrofobie lijdt. De soundtrack van Bernard Herrmann doet al even caleidoscopisch aan, waardoor de hele generiek aanvoelt als een eindeloze klim richting rampspoed.

1. Se7en (1995, David Fincher) De Oscar voor de beste film moest Fincher pas nog aan 'The King's Speech' laten, maar als er een Academy Award voor de beste generiek bestond, moest hij die al gekregen hebben. Sommigen fluisteren zelfs dat hij de Oscar voor de beste film verdiende voor 'Se7en', het portret van een psychopaat met een morbide passie voor de zeven hoofdzonden (Kevin Spacey). De opening credits verwaarlozen moet in de ogen van Fincher een achtste hoofdzonde zijn, want de generiek van 'Se7en' werd een waar pronkstuk. De kijker krijgt met een schichtige montage een vaag beeld van de moordenaar die pas in het laatste bedrijf formeel wordt voorgesteld. Maar alles wat tussen begin en einde zit, weet zodanig te pakken dat niemand daar om maalt.

Pieter Claes

Onze partners