De 10 beste films van 2014: de tussenstand

27/06/14 om 11:04 - Bijgewerkt om 16:54

Nu het jaar precies halverwege is zette Knack Focus' filmgoeroe Dave Mestdach zijn favoriete titels van 2014 alvast even op een rij.

De 10 beste films van 2014: de tussenstand

1. 12 Years a Slave (Steve McQueen, GB)

De wellicht beste en belangrijkste film ooit over de zwarte slavernij in Amerika is deze welgemikte zweepslag van een historisch drama, over de vrijgeboren Solomon Northup die anno 1841 door blanken wordt ontvoerd, vervolgens verkocht als slaaf om pas twaalf jaar later terug te worden bevrijd en herenigd met zijn gezin. De Britse regisseur Steve McQueen (Hunger, Shame) zet deze 'zwarte', waargebeurde brok geschiedenis op een uitgekiende, intens fysieke, confronterende maar nooit exploitatieve manier in beeld, terwijl hoofdrolspeler Chiwetel Ojiofor de stoet aan lijfelijke en psychologische vernederingen draagt met zeldzame waardigheid. Een white guilttrip maar vooral ook zinderende en urgente topcinema, terecht bekroond met de Oscar voor beste film.

2. Deux Jours, Une Nuit (Luc & Jean-Pierre Dardenne, Bel)

Working class heldin in de nieuwste sociale par(ab)el van de Luikse broers Dardenne is dit keer Sandra (Marion Cotillard), een huismoeder die net een depressie achter de rug heeft en op het punt staat om te worden ontslagen, al zou ze alsnog haar job kunnen redden indien ze de meerderheid van haar collega's ervan kan overtuigen om hun premie te laten vallen en alsnog voor haar te kiezen. Een economisch verteld, politiek urgent, intens gefilmd maar vooral ook spannend en aangrijpend drama over de prijs van de moraal, met la Cotillard in één van haar meest genereuze rollen als de huisvrouw die zich weigert neer te leggen bij the corporate powers that be.

3. The Selfish Giant (Clio Barnard, GB)

Termen als 'sociaalrealisme' en 'onderklassekroniek' doen de meesten niet meteen Ben-Hur gewijs naar de bioscoop snellen. Maar make no mistake: Clio Barnards tweede langspeler is één van de meest bruisende brokken cinema die dit jaar in de zalen zullen komen, en ook hier zit er zelfs een spannende race met paard en kar in. Wat er nog in zit is een groot, warm en energiek kloppend hart voor de twee schelmen van dienst. Dat zijn Arbor en Swifty, twee tieners uit de volkswijken van het Engelse Bradford, die na een zoveelste relletje van school worden gestuurd en dan maar als 'scrappers' aan de slag gaan bij een schroothandelaar die er niet veel scrupules op nahoudt. Een kleine gigant van een coming-of-age film, losjes gebaseerd op een sprookje van Oscar Wilde, over twee deugnieten die niet alleen metaal maar ook langzaam je hart jatten.

4. Under the Skin (Jonathan Glazer, GB)

Brits beeldenstomer Jonathan Glazer (Sexy Beast, Birh) beamt u buitenaardse sferen in met Scarlett Johansson als moordgriet from outer space. Waarover het gaat? Over 'een ding' dat een 'zij' wordt. Of concreter: om een sexy alien die in en rond Glasgow allerlei mannen verleidt en verslindt, en dat op een akelig erotische manier die u zich nog lang zult heugen. Een freudiaanse, bijna uitsluitend door beeld, muziek en ritme gedragen, bloedmooi in beeld gestanste en heerlijk bevreemdende nachtmerrie over vleselijke listen en lusten, met ScarJo in evakostuum, zwarte blubbermassa's, blote Schotten, candid camera footage en andere curiosa.

5. Blue Ruin (Jeremy Saulnier, VS)

Amerikaans Indietalent Jeremy Saulnier mikt met scherp in deze stijlvolle wraakthriller over een schlemielige outcast (een intense Maicon Blair) die gezworen heeft om de moord op zijn ouders te wreken en bijgevolg zijn tweeloop bovenhaalt wanneer de killer in kwestie uit de gevangenis vrij komt. Een trefzeker, klassiek in beeld gezette trip door de misdaadcataloog annex rake en sfeervolle karakterstudie over een goedaardige ziel die door het lot en een op hol geslagen eergevoel in een (auto)destructieve spiraal van geweld en de marge van de maatschappij belandt. Of zoals Saulnier het zelf beeldend omschreef: 'Blue Ruin is een soort No Country for Old Men met een idioot achter het stuur'.

6. The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, VS)

In deze geraffineerde, ondraaglijk lichte retrokomedie heet meesterstylist Wes Anderson (The Royal Tenenbaums, Moonrise Kingdom) u welkom in het vergeelde Oost-Europa van de jaren dertig. Een dartele, droogkomische en visueel verrukkelijke retrotrip over een heerlijk wufte hotelconciërge (Ralph Fiennes) die bij een moordzaak en een kunstroof betrokken raakt, bevolkt door een melancholische ziel, fascistische spoken en meer vreemde vlerken dan er ooit in een Kuifje-album konden worden gespot.

7. Night Moves (Kelly Reichardt, VS)

Stilte en suggestiviteit zijn als steeds alomtegenwoordig in Kelly Reichardts Night Moves, ook al is het haar meest narratieve en suspensevolle film tot nu toe. In deze psychologische ecothriller zoomt de maakster van Old Joy, Wendy & Lucy en Meek's Cutoff in op drie radicale ecomilitanten die een dam willen opblazen. Het eerste uur is gewijd aan de voorbereiding en de uitvoering van de aanslag, inclusief nachtelijke raid met tikkende tijdbom. De slotact focust op de spanning onderling en binnenin waardoor Night Moves muteert tot de indie-versie van Misdaad en Straf, met een zwijgzame Jesse Eisenberg als vegetarische Raskolnikov met hoodie. Een geduldig, in zichzelf gekeerd suspensedrama waarin Reichardt de glibberige schemerzone tussen idealisme en fanatisme verkent.

8. The Missing Picture (Rithy Panh, Cam)

De Frans-Cambodjaanse filmmaker Rithy Panh boetseert zijn herinneringen aan de gruwelen van het Rode Khmer-regime tot deze aangrijpende documentaire: een fascinerende, langzaam naar de strot grijpende mix van persoonlijke overpeinzingen, propagandabeelden van voor en tijdens de Khmer-dictatuur en animatiesequensen met kleifiguurtjes die de prota- en antagonisten van weleer moeten voorstellen. 'Film is 24 leugens per seconde ten dienste van de waarheid' sprak Michael Haneke ooit, een wijsheid die hier door Panh een even pakkende, poëtische als politieke draai krijgt.

9. The Wind Rises (Hayao Miyazaki, Jap)

Als kind wilde Ghibli-goeroe Hayao Miyazaki geen animatiefilmer maar vliegtuigbouwer worden, in navolging van zijn vader én Jiro Horikoshi (1903-1982), de held van zijn allerlaatste film en ontwerper van de beruchte Zero-gevechtsvliegtuigen. Deze gefictionaliseerde biopic over de Japanse ingenieur leest als een sierlijke vlucht door Miyazaki's oeuvre en bij uitbreiding als een autobiografie met dikke, historische laklaag, met dit verschil dat de animesensei volwassen werd in het verwoeste Japan van na de Tweede Wereldoorlog en Horikoshi in het conflictklimaat van de Eerste. Een complex, mooi en waardig adieu om 'origato' tegen te zeggen.

10. In the Fog (Sergei Loznitsa, Rus)

Voor zijn tweede langspeler, gebaseerd op de roman van Vasili Bykov, keert Sergei Loznitsa terug naar zijn geboorteland Wit-Rusland en naar enkele van de zwartste pagina's uit de geschiedenis alginds. In een haast hiëratisch tempo, met indrukwekkende long takes en zorgvuldig ingelaste flashbacks die het verleden van de drie hoofdpersonages laag na laag onthullen, toont Loznitsa hoe een lokale boer in de winter van 1942 voor een onmogelijk dilemma wordt geplaatst wanneer hij beschuldigd wordt van collaboratie met de nazi's. De titel Een (wit-)Russische, spirituele versie van De Aanslag om zo te zeggen, waarin de schulddronken spoken van Dostojevski en Tolstoi af en toe door de dikke mistbanken komen piepen.

Verdere aanraders: Diplomatie (Volker Schlondorff, Fra) / Ida (Pawel Pawlikowski, Pol) / The Wolf of Wall Street (Martin Scorsese, VS) / Ugly (Anurag Kashyap, Ind) / The Rover (David Michôd, Aus) / Joe (David Gordon Green, VS) / Nymph()maniac (Lars Von Trier, Den) / Dallas Buyers Club (Jean-Marc Valléé, VS) / Starred Up (David McKenzie, GB) / Ne Me Quitte Pas (Sabine Lubbe Bakker, Niels van Koevorden, Ned-Bel) / Heli (Amat Escalante, Mex)

Onze partners