Capitalism: a Love Story

08/09/09 om 14:33 - Bijgewerkt om 14:33

Bron: Knack Focus

Michael Moore werpt de barricades op tegen het verderfelijke kapitalisme, al blijft een revolutie voorlopig achterwege.

Capitalism: a Love Story

Twintig jaar na zijn eerste guerilladocumentaire Roger and Me waagt polemist/populist Michael Moore zich opnieuw aan een analyse van De Amerikaanse Droom. Alleen richt hij zijn kritische blik dit keer niet alleen op General Motors en de industriële ruïnes van zijn geboortestad Flint, Michigan maar op het ganse kapitalistische systeem as such.

Dat Moore in zijn nieuwe film algauw uitkomt bij de conclusie dat het roofbouwkapitalisme en de woekerspeculatie de kloven tussen rijk en arm alsmaar dieper doen gapen en miljoenen Joe Sixpacks in de armoede duwen of houden, maakt van hem echter nog geen Nostradamus. Laat staan de postmoderne marxist die hij in het diepst zijner gedachten nu plots meent te zijn. Tenminste: toch als zijn landgenoten niet meeluisteren.

Als vanouds trakteert Captain Mike je op een onderhoudende, met politieke satire gespekte mix van grote feiten en kleine anekdotes, nieuwsbeelden en interviews, getuigenverslagen en circusacts in Manhattans Financial District. Zo mag een Harvard-econoom een futiele poging wagen om het economische spookbegrip 'derivative' uit te leggen en mag een snotterende familie middenklassers getuigen hoe ze door corporate America en de verzekeringsindustrie schandelijk werden gerold. Ondertussen laat Moore Wall Street verzegelen als 'crime scene' - heeft u hem? - , terwijl hij net als in Roger and Me nog maar eens de hoofdkantoren van General Motors tracht binnen te geraken. Opnieuw zonder succes trouwens.

Veel revolutionairs heeft Moore in deze spoedcursus kapitalisme voor beginners dan ook niet te melden, laat staan dat zijn timing (Moore begon eraan nog voor de Lehman Brothers bank failliet ging en de financiële crisis losbarstte) visionaire kwaliteiten moet worden toegedicht. Eens te meer staat de maker van gelijkaardige docupamfletten als Bowling for Columbine (2002), Fahrenheit 9/11 (2004) en Sicko (2007) vooral voor de eigen, linkse kerk te prediken, al dient gezegd dat zijn film tenminste vaardig en vlot ineensteekt én emo-momenten afwisselt met humor en nuchtere analyses. Bovendien weet Moore ook zijn typische, zelfcastrerende manipulaties dit keer tot een minimum te beperken, met een genant lange close-up van een huilend weesje als enige, onvergeeflijke faux pas.

Eindelijk nog eens een entertainende en relevante love story dus, al wist elk nuchter denkend mens natuurlijk allang dat die bedrijfsgieren en -vampieren voor geen cent, laat staan voor een aandelenportefeuille of een hypotheeklening, te vertrouwen zijn.

Dave Mestdach

Onze partners