Cannes 2013: 10 films om in de gaten te houden

15/05/13 om 14:06 - Bijgewerkt om 14:06

Bron: Knack Focus

In Cannes wordt de rode loper uitgerold voor de 66ste editie van het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Wij maakten een hoogstpersoonlijke selectie uit het festivalaanbod.

Cannes 2013: 10 films om in de gaten te houden

Inside Llewyn Davis (in competitie) Heb je ooit naar de platenhoes van The Freewheelin' Bob Dylan gestaard en gedacht wat voor een film eruit zou komen mocht die hoes kunnen praten, sakkeren, bijten en janken? De broers Joel en Ethan Coen blijkbaar wel, want met Inside Llewyn Davis gaan de makers van onder meer Fargo (1996), The Big Lebowski (1998) en No Country for Old Men (2007) zowaar de nostalgische folktoer op. De would-be Dylan van dienst is ene Llewyn Davis (Isaac Davis), een singer-songwriter met een kat, die begin jaren zestig de New Yorkse folkscene afschuimt en op de highway richting succes en gemoedsrust genoeg sores meemaakt met zijn lief (Carey Mulligan) om een stapel akoestische platen vol te janken. De Coens baseerden zich losjes op de postume memoires van de New Yorkse folkie Dave Van Ronk, al doet de trailer toch vooral een vintage Coentrip vermoeden, inclusief schlemielige antihelden, misantropische humor, huis-, tuin- en keukentragiek, piekfijne sixtiesdecors, een folksoundtrack die werd samengesteld door T-Bone Burnett en - zo kennen we de broers - de nodige gekke coiffures. Is dat voldoende voor de Coens om, na Barton Fink in 1991, straks hun tweede Gouden Palm te winnen? The answer, my friend, is blowin' in the wind.

The Congress (Quinzaine des Réalisateurs) In 2008 leverde Ari Folman met Waltz with Bashir een van de beste en origineelste animatiefilms van de 21e eeuw af, een mix van documentaire en fictie waarin hij en andere veteranen herinneringen oprakelden aan de Libanese invasie waar ze in 1982 als Israëlische soldaten aan deelnamen. Zijn tweede langspeler, opener van de Quinzaine en losjes gebaseerd op de sciencefictionroman The Futurological Congress van Solaris-auteur Stanislaw Lem, belooft een al even curieus en zo mogelijk nog hallucinanter beestje te worden, aangezien Folman ditmaal animatie koppelt aan live-action. Robin Wright speelt min of meer zichzelf als een ouder wordende Hollywoodactrice die ermee instemt dat er een digitale replica van haar wordt gemaakt maar lijdzaam moet toezien hoe haar virtuele alter ego haar leven overneemt. Voor zijn futuristische, deels in België geanimeerde en gefinancierde fabel deed Folman een beroep op de rotoscopietechniek, waarbij live-actionbeelden met de hand worden overtekend. Denk aan een soort Scanner Darkly maar dan over een actrice in midlifecrisis, haar ingescande beeltenis en de deels getekende Harvey Keitel, Paul Giamatti en Danny Huston in bijrollen.

Behind the Candelabra (in competitie) 'Vanaf nu kan het enkel bergaf gaan' grapte Steven Soderbergh toen hij 24 jaar geleden en als amper 26-jarige debutant verrassend de Gouden Palm won voor zijn indiedrama Sex, Lies, and Videotape. Dat Soderbergh, die twee jaar geleden zijn pensioen aankondigde, in Cannes straks zijn allerlaatste langspeler mag presenteren - de Liberace-biopic Behind the Candelabra - heeft dan ook iets symbolisch, alsof de cirkel nu rond is, een Hollywoodboek gesloten en een camera opgehangen. Soderberghs cinematografische afscheidsfeestje belooft er alvast één vol glitter, glamour, champagne, bontjassen, mascara, pianoballades en nichtentragiek te worden, met Michael Douglas als kitschkoning en showpianist Liberace en Matt Damon als diens - véél - jongere loverboy Scott Thorson, die wordt meegesleurd in een wereld van seks, drugs en plastische chirurgie. Geen wonder dat Soderberghs laatste, op feiten gebaseerde project - Liberace overleed in 1987 aan aids, Thorson zit momenteel in de cel en lijdt aan kanker - door de Hollywoodstudio's al het etiket 'too gay' opgekleefd kreeg nog voor ze 'no, darling' konden zeggen. Gelukkig kon de maverick maker van The Limey (1999), Traffic (2000), Ocean's Eleven (2001), Che (2008), Side Effects (2013) en ander fraais uiteindelijk aankloppen bij de Amerikaanse betaalzender HBO, die de film een week na de wereldpremière in Cannes zal uitzenden op tv. Nu maar hopen dat Soderbergh straks niet zijn tweede Gouden Palm wint, of hij mag zijn uitgebreid aangekondigde pensioenplannen mogelijk weer opbergen.

Le Passé (in competitie) Een Gouden Beer heeft Asghar Farhadi al en - helaas voor Michaël Roskam - ook een Academy Award, want het was Farhadi's echtscheidingsdrama A Separation dat vorig jaar de Oscar voor beste niet-Engelstalige film wegkaapte voor de dierlijk dampende neus van Roskams Rundskop. Dat de Iraanse regisseur een aardig potje kan filmen en iets wezenlijks te vertellen heeft over botsende geliefden, families, culturen en wereldvisies, kan zelfs een Limburgse vetmester niet ontkennen, maar de vraag is: kan Farhadi het ook buiten zijn heimat Iran. Opvolger Le Passé werd namelijk volledig in Parijs en dus in het Frans gedraaid, met The Artist-schoonheid Bérénice Bejo. Zij speelt een jonge moeder die sinds enige tijd van haar Iraanse vent gescheiden leeft, met een ander aanpapt (Un Prophète-revelatie Tahar Rahim) maar haar ex weer over de vloer krijgt om de scheiding definitief te voltrekken. Qua plot en thematiek vertoont Le Passé nogal wat gelijkenissen met A Separation. Bovendien ging niet Bejo maar Marion Cotillard aanvankelijk de hoofdrol spelen, tot die laatste uiteindelijk James Gray (The Immigrant) en haar echtgenoot Guillaume Canet (Blood Ties) boven Farhadi verkoos. Zijn het slechte voortekenen? Of tekent Farhadi opnieuw voor een intelligent, intrigerend en langzaam onder je vel kruipend relatiedrama over de spoken uit het verleden? Wij gokken op dat laatste.

Only God Forgives (in competitie) Geen festival van Cannes zonder die dekselse Denen en aangezien Lars Von Trier nog steeds zijn nazi-grap aan het uitzweten is en zijn pornodrama Nymphomaniac nog steeds niet af blijkt, mag Nicolas Winding Refn dit jaar het Scandinavische land vertegenwoordigen. Dat deed Refn vorig jaar trouwens ook al, en hoe! Zijn misdaadthriller Drive bleek niet alleen een superieur staaltje genrecinema dat zelfs op een arthousefestival als dat van Cannes diepe remsporen naliet. Hij kreeg ook terecht de prijs voor de beste regie, aangezien die nog meer dan coole stuntpiloot Ryan Gosling de attractie van zijn gestileerde genrerit was. Voor opvolger Only God Forgives - een alweer tot in het extreme doorgedreven pastiche - doet Refn opnieuw een beroep op Hollywoods favoriete knuffelmacho. Deze keer mag Gosling zijn spieren en laconieke lachje showen als een louche, drugsdealende Amerikaan die in Thailand een kickboksclub uitbaat en daar het bezoek krijgt van zijn bimbomoeder (Kirsten Scott Thomas met blonde kleurspoeling) en een lokale politiechef die zich ontpopt als een Dirty Harry met samoeraizwaard in plaats van een Magnum .44. Was Drive een postmoderne pastiche op de car chase en de heist movie uit de seventies dan neemt Refn nu de foute, Aziatische geweldfilm uit de eighties in het meticuleus gekalibreerde vizier, waarbij het namaakbloed in sierlijke geuten over het scherm gutst en ledematen gracieus worden afgehakt. Een fetisjistisch bloedballet in alle betekenissen van het woord.

The Bling Ring (Un Certain Regard) Emma Watson danst paal! Meer hebben we wellicht niet nodig om uw aandacht te trekken, maar nu uw toch aan het lezen bent kunnen we net zo goed meegeven dat Watson dat doet in de nieuwe film van Sofia Coppola. Daarin zet de regisseuse van Lost in Translation (2003) en het Gouden Leeuw-winnende Somewhere (2010) haar fascinatie voor de celebritycultuur en de leegte daarvan onverminderd voort, en dat in het kielzog van enkele tieners die in Beverly Hills de villa's van beroemdheden binnenbreken om daar een stevig feestje te bouwen. Coppola baseerde zich op waargebeurde feiten, raakt voorzichtig issues als drugs, internet, materialisme en het gebrek aan privacy aan en stelde zoals gewoonlijk opnieuw een hippe popsoundtrack samen, in casu met songs van onder meer Frank Ocean, Deadmau5, Richie Hawtin, Kanye West en de onvolprezen krautrockers van Can. Hopelijk maakt Coppola met The Bling Ring, geselecteerd in de nevensectie Un Certain Regard, een betere beurt dan met haar teenqueendrama Marie Antoinette (2006) indertijd, toen ze door het Franse journaille op de Croisette haast werd geguillotineerd.

As I Lay Dying (Un Certain Regard) Tegenwoordig kun je geen filmfestival organiseren of James Franco komt er, als acteur, regisseur of producent, een nieuwe film presenteren. Of desnoods zelfs twee. Of drie. Hollywoods bezigste baasje - hij is ook schilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, komiek, docent, model en muzikant - kroop ook zelf achter de camera om de roman van Nobelprijswinnaar William Faulkner naar het doek te vertalen. Voor wie zijn literaire klassiekers niet kent: Faulkners great American novel speelt zich af in het Mississippi van de jaren twintig en brengt de stervensballade van Addie Bundren en de queeste van haar familie om - zowel uit respect als eigenbelang - haar wens in te willigen om in het stadje Jefferson te worden begraven. Franco, die geselecteerd werd in de nevensectie Un Certain Regard, speelt zelf de hoofdrol van zoon Darl Bundren, terwijl Jim Parrack en Logan Marshall-Green zijn broers vertolken. Van de eerder aangekondigde 'grote namen' Paul Dano, Joaquin Phoenix en Michael Shannon is dus geen sprake meer, maar daar zal Franco zijn slaap wel niet voor laten. Als de alomtegenwoordige knapperd uit 127 Hours, Sam Raimi's Spider-Man-trilogie en recent nog Spring Breakers en Oz: the Great and Powerful überhaupt al slaapt.

The Immigrant (in competitie) Dertien jaar na The Yards, zes na We Own the Night en vijf na zijn vorige wapenfeit Two Lovers komt James Gray weer naar zijn geliefde Croisette afgezakt, deze keer met The Immigrant in zijn koffer. In dat retrodrama, dat tot voor kort nog 'Low Life' heette, zet Marion Cottilard haar sexy beentje voor als een Poolse immigrante die samen met haar zieke zus in the roaring twenties in New York arriveert maar haar Amerikaanse droom ziet verduisteren wanneer ze eerst in een groezelig cabaret en daarna in de prostitutie belandt. Tot ze de charismatische broer (Jeremy Renner) van haar pooier (Joaquin Phoenix) ontmoet, een goochelaar die haar uit diens klauwen wil redden. Gray schreef zelf het verhaal en voert opnieuw al zijn fetisjen - rivaliserende broers, wrange romantiek, morele dilemma's en de cynische spelingen van het lot - ten tonele. Bovendien slaat hij opnieuw de handen in elkaar met method-beest Joaquin Phoenix, die ook al Grays vorige drie, royaal in schuld en boete gedrenkte langspelers van een donkere gloed voorzag. Voeg daar nog hyperestheet Darius Khondji als cameraman aan toe en je weet nu al dat je van de Dark Prince of Tinseltown, die ook meeschreef aan de Schoenaerts-misdaadthriller Blood Ties, weer een doemballade over beautiful losers mag verwachten die met geen charleston, striptease of verdwijntruc van je af te schudden valt. He owns the night!

Ain't Them Bodies Saints (Semaine de la Critique) Was het Beasts of the Southern Wild dat vorig jaar met complimenten van Sundance aan de Azurenkust kwam aangewaaid, dan moet Ain't Them Bodies Saints van schrijver-regisseur David Lowery nu de Amerikaanse independentsensatie worden. De lyrische overzeese recensies van deze poëtische ballade over een crimineel en diens echtgenote op de vlucht voor de wet doen alvast het beste vermoeden. 'Een Badlands voor de 21e eeuw', kirde een criticus. 'Een uitzonderlijk mooie, intens romantische koortsdroom van een film over Texaanse outlaws', jubelde een ander. De geprezen lowbudgetfilm, met toppers Casey Affleck en Rooney Mara in de hoofdrollen, mag het parallelle festival Semaine de la Critique, gewijd aan eerste en tweede langspelers, openen.

Like Father, Like Son (in competitie) De Japanse cinema mag, net als de lokale economie, dan wel in een diepe crisis verkeren; gelukkig zijn er nog een paar witte raven die de cinefiele zon ginds rijzende houden. Vanuit de hoek van de genrefilmers mag cultheld Takashi Miike dit jaar de Palme d'Or op zijn revers proberen te steken. De maker van shockers als Fudoh (1995), Audition (1999) en Ichi the Killer (2004) werd de jongste jaren terecht tot 'auteur' gepromoveerd en zakt dit jaar naar Cannes af met Shield of Straw, een actiethriller op Hollywoodschaal over een team eliteflikken dat een kindermoordenaar, die door de steenrijke grootvader van zijn slachtoffer een prijs van 1 miljard yen op zijn hoofd kreeg geplakt, uit de handen van de massa probeert te houden.

De Japanse vertegenwoordiger vanuit arthousehoek is Hirokazu Kore-eda, die eerder in Cannes hoge ogen gooide met Distance (2001), Air Doll (2008) en vooral Nobody Knows (2004), een hartverscheurend, op feiten gebaseerd docudrama over een stel kinderen dat aan zijn lot wordt overgelaten in grootstad Tokio. Disfunctionele families, de klappen van het kapitalisme en morele dilemma's beloven ook de hoofdingrediënten te worden van zijn nieuwste drama Like Father, Like Son, waarin een geldhongerige zakenman tot de ontdekking komt dat zijn biologische zoon bij de geboorte werd verwisseld en daardoor plots met andere ogen kijkt naar de zoon die hij heeft opgevoed. Geen idee of Kore-eda, de crisischroniqueur van hedendaags Japan, daarmee straks de Gouden Palm wint, maar een ironievrij drama over gebroken gezinnen en verstoorde vader-zoonrelaties moet juryvoorzitter Steven Spielberg sowieso na aan het hart liggen.

Onze partners