100 jaar Gregory Peck: zes iconische rollen van wijlen de Amerikaanse gentleman-acteur

05/04/16 om 09:59 - Bijgewerkt om 10:07

Bron: Knack Focus

Het is precies honderd jaar geleden dat Gregory Peck geboren werd in San Diego, Californië. En dat moet natuurlijk in stijl gevierd worden. Zes iconische rollen uit de imposante carrière van de Amerikaanse acteur die in 2003 het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.

100 jaar Gregory Peck: zes iconische rollen van wijlen de Amerikaanse gentleman-acteur

Gregory Peck © gf

DUEL IN THE SUN (King Vidor, 1946)

Zeven regisseurs (onder wie de ongecrediteerde Josef von Sternberg) en zeven componisten (onder wie Dimitri Tiomkin, die een orgasmethema moest bedenken): het geeft een idee van de stormachtige sfeer waarin het eclatante Duel in the Sun gemaakt werd. De legendarische Hollywoodmogul David O. Selznick zag de film eerst als een 'kleine, artistieke western'. De man moeide zich echter voortdurend met álles en nog wat, en pompte er uiteindelijk vijf miljoen dollar in, meer dan wat Gone With the Wind had gekost.

Peck in 'Duel in the Sun'

Peck in 'Duel in the Sun'

Deze wat meer hysterische voorloper van Johnny Guitar bracht drie keer meer op, maar critici waren er snel bij om dit epische verhaal over de strijd van twee Texaanse broers (goodie Joseph Cotten en baddie Gregory Peck) om een vurige halfbloed (Jennifer Jones, met wie Selznick zou trouwen) te verguizen als 'Lust in the Dust'.

Samen met The Outlaw behoort deze glorieuze Technicolorwestern tot de eerste films die het openlijk over seksualiteit hadden - iets wat Selznick met een (voor die tijd) pervers pulpy genoegen exploreert in de manier waarop hij Jones heeft gefilmd. Hoewel soms opgeblazen in zijn ambitie om het over racisme, verdrongen verlangens, klassenstrijd en kapitalisme te hebben, gaat er een enorme kracht uit van de visueel excessieve beelden en delirante finale. En dat met een jonge, hitsige Peck die sensueel staat te zweten en hongerig loopt te loensen.

ROMAN HOLIDAY (William Wyler, 1953)

Als drama- en westernexpert van de traditionele school was William Wyler, die in de jaren twintig vanuit Zwitserland naar Hollywood trok, een hoogst verrassende keuze om dit zoete, romantische sprookje te verfilmen, maar hij maakte er wel meteen een klassieke romcom van. De debuterende Audrey Hepburn werd met de klap een wereldster en won meteen een Oscar voor haar ravissante vertolking van een Europese prinses (ze was dan ook in het echt in Brussel geboren!) die tijdens haar verblijf in Rome uit de adellijke entourage wegvlucht en van haar vrijheid geniet om de Eeuwige Stad te verkennen in het gezelschap van een charmante Amerikaanse reporter, een rol die van Peck dé romantische leading man van zijn generatie maakte.

Wylers talent blijkt niet alleen uit de dartele manier waarop hij zijn twee supersterren laat schitteren, nog steeds één van de mooiste filmkoppels uit de geschiedenis, maar ook uit de plejade aan spitante ontmoetingen met de nevenpersonages, met als iconisch zomerbeeld dat de wereld rondging én de Italiaanse bromfietsen onbetaalbare reclame bezorgde: de scènes waarin Peck en Hepburn met de Vespa rond het Coloseum tuffen.

MOBY DICK (John Huston, 1956)

'The stuff that dreams are made off .' Die beroemde quote uit John Hustons regiedebuut The Maltese Falcon zou net zo goed uit veel van zijn meer dan veertig daaropvolgende films kunnen komen. Je droom, hoe onbereikbaar ook, najagen, is steevast een wederkerend thema bij Huston. Ook in Moby Dick, zijn getrouwe verfilming van Herman Melvilles meesterwerk, met Gregory Peck als de eenbenige kapitein Ahab.

In zijn memoires omschreef Huston Moby Dick als de moeilijkste film die hij gemaakt heeft. Sommige scènes werden in de Sheppertonstudio in Londen opgenomen, maar volbloedavonturier Huston stond erop om zo veel mogelijk op zee te draaien. Alleen laat de natuur zich niet zo makkelijk regisseren. Bar weer op de Ierse Zee plus problemen met de originele driemaster die dienstdeed als Ahabs Pequod, zorgden voor heel wat tegenspoed en duur tijdverlies. Om nog te zwijgen van de mechanische walvissen: net als Spielberg bij Jaws had Huston meer dan eens het gevoel dat hij op een zinkend schip zat. Al wist hij de artistieke controle te behouden: van zijn odyssee in verbleekte technicolor gaat nog steeds een epische kracht uit.

Wat niet wil zeggen dat deze romanverfilming, op scenario van sf-auteur Ray Bradbury, ook een blijvend meesterwerk is. Niet alle momenten weten te overtuigen, ondanks het memorabele sermoen van Father Mapple (Orson Welles) in een preekstoel in de vorm van een scheepsboeg, de spectaculaire walvisjachtscènes en een waardige Peck als de kapitein - dixit Huston - 'die zijn vuist naar God balde'.

Later speelde Spielberg overigens met het idee om zijn op Ahab geïnspireerde kapitein Quint in Jaws naar een fragment uit Moby Dick te laten kijken. Maar Peck weigerde, net omdat hij zelf niet tevreden was over zijn prestatie.

THE BIG COUNTRY (William Wyler, 1958)

Regisseur William Wyler draaide een veertigtal B-westerns, maar vluchtte nadien weg van dat genre, richting prestigieuze producties zoals Wuthering Heights (1939), The Letter (1940), het bovengenoemde Roman Holiday (1953) en The Big Country (1958), zijn laatste western en samen met het sandalenspektakel Ben-Hur (1959) zijn meest epische film.

Peck (r.) en Jean Simmons in 'The Big Country'

Peck (r.) en Jean Simmons in 'The Big Country'

Daarvoor verzamelde hij een rist grote namen: naast Gregory Peck spelen ook Charlton Heston, Jean Simmons, Carroll Baker en Burl Ives mee. De eindeloze prairies en witte rotslandschappen van Red Rock Canyon filmde hij in technicolor, Saul Bass stond in voor de dynamische begingeneriek en Jerome Moross componeerde een imposante soundtrack, een van de invloedrijkste in het genre.

Pecks personage is zeekapitein op rust James McKay, een stedelijke gentleman die als vreemdeling in een klein stadje terechtkomt, een standaardsituatie van zovele westerns. McKay is naar het Westen afgezakt om te trouwen met de dochter van een machtige rancher. Al snel raakt hij verwikkeld in een brutale strijd met een rivaliserende landeigenaar, maar de gecultiveerde McKay laat zich - in tegensteling tot wat de machomores van het Wilde Westen voorschrijven - niet tot geweld of haantjesgedrag verleiden.

Perfectionist Wyler valt in deze clash tussen beschaving en kennis versus wildheid en kleingeestigheid wel degelijk terug op het klassieke drama van de western, maar vaak stelt hij dat moment uit of geeft hij er zijn eigen draai aan. Illustratief op dat vlak is het ouderwetse vuistgevecht tussen McKay en voorman Steve Leech (Heston), die hem en public probeert op te naaien. Wyler filmt dat gevecht van op extreme afstand. Zo haalt hij niet alleen de brutaliteit uit die scène, het maakt van de vechtersbazen ook nietige figuren verloren in een zee van ruimte.

TO KILL A MOCKINGBIRD (Robert Mulligan, 1960)

Deze naar Hollywoodnormen verrassend poëtische en genuanceerde adaptatie van Harper Lee's gelijknamige bestseller uit 1960 (waarvan er jaarlijks nog altijd 700.000 exemplaren worden verkocht) is met voorsprong de beste en bekendste film van Robert Mulligan. En misschien ook de meest iconische en symboolbeladen rol die Gregory Peck ooit neerzette. Peck won alvast een Oscar voor zijn onvergetelijke rol van Atticus Finch, een blanke advocaat die in een zuiders boerengat de verdediging op zich neemt van een zwarte die er ten onrechte van beschuldigd wordt een blanke vrouw te hebben verkracht. En dat zeer tot ongenoegen van de racistische, blanke bevolking al ginds en met gevaar voor zijn eigen familie, eer en reputatie.

Niet alleen Pecks prestatie en de humanistische boodschap maakten deze film tot een tijdloze klassieker - volgens het American Film Institute een van de 25 beste ooit gemaakt -, ook de manier waarop Mulligan de gebeurtenissen volgt door de ogen van Finch' twee kinderen geeft de prent een unieke sfeer. Alsof je terug geflitst wordt naar het moment waarop je voor het eerst beseft dat de wereld groter is dan je eigen dorp.

THE OMEN (Richard Donner 1976)

In deze diabolische huiverklassieker speelt Peck diplomaat Robert Thorn die het lijkje van zijn gestorven baby met een ander kind verwisselt. Alleen blijkt dat een nazaat van Satan te zijn en alle mensen die het duivelsgebroed genaamd Damien omringen komen dan ook in vreemde omstandigheden om het leven.

The Omen, waarvan de eerste sneak previews plaatsvonden op 6 juni 1976, werd een kaskraker. Dat was vooral goed nieuws voor hoofdrolspeler Gregory Peck, die voor het eerst in vijf jaar nog eens in een film meedeed: hij kreeg tien procent van de winst, waardoor zijn rol als Damiens adoptievader de meest winstgevende uit zijn carrière werd. David Seltzer schreef zowel het boek als de film, naar eigen zeggen 'puur voor het geld'. Het boek kwam twee weken voor de film uit, als marketingstunt.

Gregory Peck

Gregory Peck

Tijdens de opnames werd de film, die uiteindelijk drie sequels en een remake opleverde, geplaagd door 'vloeken': zowel Seltzer als Peck ontsnapten aan een vliegtuigcrash, het hotel van Donner werd opgeblazen door het IRA en net voor de opnames waren enkele leden van de crew betrokken in een auto-ongeval.

Eén van Pecks bekendste films, maar zeker niet één van zijn beste, al bezorgt de soundstrack van Jerry Goldsmith - volgens regisseur Donner dé sleutel tot het succes van de film - ook nu nog altijd kippenvel.

Onze partners