Actuele Thema's »
donderdag 17 mei 2012

10 films om te zien in 2011

dinsdag 04 januari 2011 om 13u34

Welke films mag u in geen geval missen in 2011? Hier zijn tien must see-tips van Knack Focus-hoofdredacteur Patrick Duynslaegher.

1. THE TREE OF LIFE (Terrence Malick)
je kan er moeilijk om heen dat de nieuwste van kluizenaar regisseur Terrence Malick met voorsprong het cinefiel evenement van het jaar wordt. Het gonst nu al jaren van geruchten over The Tree of Life, de eerste film van Malick sinds The New World nu alweer zes jaar geleden. Het zou om een verhaal gaan over jeugd en verval, onschuld, spijt en verlies, moderniteit en traditie, gesitueerd in de Amerikaanse Midwest in de jaren vijftig van vorige eeuw, met hoofdrollen voor Brad Pitt en Sean Penn. De beelden zien er andermaal verbluffend uit - wat had u anders verwacht van een van de weinige nu nog actieve regisseurs die in zijn films de picturale perfectie en poëzie nastreeft van de grote meesterwerken uit de stille cinema en in Badlands, Days of Heaven, The Thin Red Line en The New World telkens weer beeldenreeksen tevoorschijn toverde die ons naar adem deden snakken.

Het enig probleem is dat de verwachtingen dermate hoog gespannen zijn dat zelfs een 'gewoon' meesterwerk als een teleurstelling zal worden ervaren.



2. THE DEEP BLUE SEA (Terence Davies)

Eindelijk: de grootste levende Britse regisseur is terug. Terence Davies' laatste fictiefilm The House of Mirth is intussen al elf jaar oud; sindsdien trakteerde hij ons alleen op Of Time and the City (2008), een zeer persoonlijke terugblik op het Liverpool van zijn jeugd. Voor zijn comeback verfilmde Davies een driehoeksdrama gesitueerd op de puinen van het naoorlogse Londen en baseerde hij zich op een toneelstuk uit 1952 van Terence Rattigan dat al drie jaar later voor het eerst verfilmd werd door Anatole Litvak. Rachel Weisz is de vrouw die moet kiezen tussen de twee mannen in haar leven. We kunnen op onze beide oren slapen dat Davies het theatrale materiaal naar zijn hand zal zetten en wederom echte cinema zal puren uit zijn literair model zoals hij ook al deed met zijn intens persoonlijke, 'actuele' en naakt emotionele Edith Wharton verfilming The House of Mirth, een zowel door publiek als kritiek schandelijk onderschat meesterwerk.



3. A DANGEROUS METHOD (David Cronenberg)

De meester van de body horror verkent in zijn nieuwste film psychische troebelen of beter psychische technieken, want de protagonisten van dit historisch drama zijn de beroemde grondlegger van de psychoanalytische theorie Sigmund Freud (Viggo Mortensen in zijn derde film met David Cronenberg) en de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung (Michael Fassbender) die een tijdlang met Freud samenwerkte maar het later oneens geraakte over diens eenzijdige visie op seksualiteit als bron van persoonlijkheidsstoornissen.

Keira Knightley is de jonge vrouw die een wig drijft tussen de twee mannen; Vincent Cassel speelt de Oostenrijkse analist Otto Gross. Voor zijn derde in Engeland gedraaide film (na Spider en Eastern Promises) ging de Canadese regisseur in zee met de sterscenarist Christopher Hampton. Ben er tamelijk gerust in dat Cronenberg er opnieuw zal in slagen om een en ander op perverse wijze op zijn eigen obsessies te laten aansluiten.



4. THE SKIN THAT I LIVE IN (Pedro Almodovar)
Na twintig jaar werkt Pedro Almodovar weer samen met zijn 'ontdekking' Antonio Banderas die sinds hun laatste film samen (Tie me Up, Tie me Down) een carrière opbouwde in overwegend onnozele Hollywoodproducties. Gaat Almodovar met deze reünie voor 't eerst resoluut de horrortoer op? Het verhaal van een plastische chirurg (Banderas) die in de kelders van zijn kasteel sinistere huidexperimenten uitvoert met zijn vriendin (Elena Anaya) als proefkonijn, roept meteen herinneringen op aan de prachtige poëtische huiverfilm Les Yeux sans Visage (1960) van Georges Franju. Al kan je er donder op zeggen dat het er bij Almodovar kleurrijker en flamboyanter zal aan toegaan dan in de spaarzaam gestileerde zwart-wit wereld uit de cultfilm van de Franse 'maître de l'insolite'.

The Skin that I Live In (La Piel Que Habito) komt in maart uit in de Spaanse bioscoop en zal wellicht in mei te zien zijn op het festival van Cannes.

Bekijk hier een Spaanse reportage over de opnamen van de nieuwe film van Pedro Almodovar.

5. WUTHERING HEIGHTS (Andrea Arnold)
Na twee hyper eigentijdse films (Red Road en Fish Tank) waagde ook Andrea Arnold zich aan een kostuumfilm en draaide ze met onbekende acteurs haar versie van het vaak verfilmde Wuthering Heights (1847) van Emily Brontë. Benieuwd hoe Arnold deze beroemde roman over wraak en gedoemde passie zal interpreteren. Verwacht geen brave erfgoedcinema in de propere en onpersoonlijke BBC stijl die bij de Canvas 'meer van hetzelfde' zoeker zo geliefd is. Zet u schrap voor een emotionele tornado in de moors van Yorkshire en een freudiaans/feministische revisie van de sombere, nietsontziende literaire klassieker.

6. SUPER 8 (J. J. Abrams)

De door Steven Spielberg geproduceerde nieuwe film van televisiewonder (Lost, Alias) en bioscoopbelofte (Mission Impossible 3; Star Trek) J. J. Abrams is in ieder geval nu al een triomf van marketing. Nog voor er een meter pellicule werd geschoten werd gooide Paramount al een raadselachtige teaser trailer op het internet die de wilde speculaties rond plot en premisse hoog deden oplaaien. IMDb geeft voorlopig nog geen korte inhoud vrij en houdt het op de catchy tagline NEXT SUMMER IT ARRIVES en enkele plot keywords gesprokkeld uit de tussentitels op de trailer: TRAIN HITTING CAR; U.S. AIR FORCE; AREA 51; TRAIN; 1970s. Ook de titel geeft weinig prijs, want kan zowel slaan op de 8 mm camera waarmee de jeugdige protagonisten alles registreren als op de naam van het buitenaards (?) wezen waar alles om draait.



7. TRUE GRIT (Joel en Ethan Coen)
Bijna elk jaar een nieuwe film: aan inspiratie en werklust kennelijk geen gebrek bij de Coen brothers. De ene film (Intolerable Cruelty) is al wat minder dan de andere (A Serious Man), maar altijd is hun démarche coherent, staat hun vakmanschap garant voor staaltjes knappe cinema en laten ze in een 'gestandarizeerde', filmindustrie hun unieke, originele stem horen. Ik zit dan ook op hete kolen om hun nieuwste te zien, bovendien een authentieke western, een reboot van de gelijknamige film van Henry Hathaway waarmee John Wayne een veertig jaar geleden zijn eerste en enige Oscar won (en die zijn status van klassieker niet echt verdient). Een remake die naar verluidt meer teruggrijpt naar de originele roman van Charles Portis uit 1968. Het werk van de Coens wemelt al van de verwijzingen naar de western (en niet alleen in hun keuze van locaties en hun visualisering van midwest landschappen), maar toch zeer benieuwd naar hun eerste integrale bijdrage aan mijn favoriet genre en 'le cinéma américain par excellence,' om het met de woorden van Bazin te zeggen.



8. TINKER, TAILOR, SOLDIER, SPY (Tomas Alfredson)

Eind jaren zeventig zette Alec Guiness een onvergetelijk onderkoelde vertolking neer als de iconische meester spion George Smiley in de televisiebewerking van John Le Carré's Tinker, Tailor, Soldier, Spy We zijn dan ook zeer benieuwd naar Gary Oldmans prestatie in de nieuwe bioscoopversie van deze Koude Oorlogsthriller uit 1974: het is bepaald niet evident om met een vertolking op de proppen te komen die Guiness' definitieve portrettering kan doen vergeten van een alledaagse cynische MI6 agent, ooit directeur van het 'Circus' (de Britse geheime dienst) die nu van zijn pensioen hoopt te genieten maar weer op actief wordt gezet om in eigen rangen een mol te zoeken die voor de Sovjets werkt. Oldmans tegenspeler Colin Firth is er alvast gerust in: 'Guiness was an incredible genius, but I think Gary's made it absolutely his own.'

Een tweede goede reden om deze Britse spionagefilm tot de meest beloftevolle van het nieuwe jaar te rekenen is de man die achter de camera stond: de Zweedse regisseur Tomas Alfredson die met het diep snijdende adolescentendrama Let the Right One In uit 2008 (volgende week komt de Amerikaanse remake bij ons in de bioscoop) een van de origineelste vampierenfilms van de laatste decennia maakte. Als Alfredson de onderdrukte ironie en de discreet afstandelijke toon van zijn realistische bloedzuigerskroniek ook in deze LeCarré bewerking met dezelfde subtiliteit weet te doseren, krijgen we een geweldige film.



9. NORWEGIAN WOOD (Anh Hung Tran)
Lange tijd niets meer gehoord van de regisseur van L'odeur de la papaye verte (1993), Cyclo (1995) en The Vertical Ray of the Sun (2000). Niet dat de in Parijs gevestigde Vietnamese cineast het afgelopen decennium alleen maar op zijn luie krent heeft gezeten. Wel was zijn eerste internationale coproductie (tussen Frankrijk, Spanje, Hong Kong en Ierland) I Come with the Rain (2008) haast nergens ter wereld te zien, ondanks 'bankable' Amerikaanse ster Josh Hartnett in de hoofdrol van een ex L.A. politierechercheur die op de Filippijnen op zoek gaat naar de verdwenen zoon van een miljardair uit de farmaceutische industrie. 'Incoherent en afstotelijk gewelddadig' luidde het verdict van showbizzblad Variety over een prent die op de Aziatische markt meteen bij de videoboer gedumpt werd.
Na deze uitschuiver (die ik toch graag op dvd zou te zien krijgen) is Anh Hung Tran weer helemaa terug met de verfilming van de prestigieuze roman Norwegian Wood van de Japanse auteur Haruki Murakami.

Ik moet tot mijn schande (nou ja) bekennen dat ik nog niets van Murakami gelezen heb. Wel heb ik vorig jaar van de Belgische distributeur van Norwegian Wood een bijzonder fraaie Haruki Murakami agenda cadeau gekregen waarin de synopsis van de roman intrigerend wordt samengevat:
'Watanabe is een stille en buitengewoon serieuze jonge student in Tokyo. Hij is dol op Naoko, een mooie jonge vrouw, maar hun wederzijdse liefde wordt getekend door de tragische dood van hun beste vriend, jaren geleden. Norwegian Wood is een indringend verhaal over romantiek en volwassenheid, over de onmogelijke en dappere liefde van een jonge man.'

De reacties bij de première van Norwegian Wood vorige zomer op de Mostra van Venetië waren in ieder geval enthousiast. In Film Comment had Olaf Möller het over 'Tran's glacial cinematic prose poem,' en ook Positif loofde de sensuele beelden van Lee Ping-bin (de cameraman van Hou Hsiao-hsien) en de geïnspireerde score van Johnny Greenwood (die ook al de muziek schreef voor There Will Be Blood).



10. RESTLESS (Gus Van Sant)
Na de op zich uitstekende maar stilistisch minder persoonlijke biopic Milk bevindt Gus Van Sant zich met zijn nieuwste weer op vertrouwd terrein. Zowel qua locatie (Portland,USA), personages (welgeschapen tieners, liefst een beetje androgyn) als thema (romance tussen twee sociale outcasts). En wellicht ook toon, maar daarvoor moeten we eerst de film zien natuurlijk. De regisseur van Elephant en Gerry richt dit keer zijn empathische camera op een terminaal tienermeisje (Mia Wasikowska) dat valt voor een morbide jongen (Henry Hopper) die door iemand correct wordt omschreven als een 'funeral crashing drop-out.' O ja, er is ook nog hun ontmoeting met het spook van een Japanse kamikaze piloot (Ryo Kase) uit de Tweede Wereldoorlog.

Op papier ziet het er een 'casse gueule' project uit, maar als iemand hiermee weg komt, is het wel de regisseur van My Own Private Idaho en Paranoid Park.


Patrick Duynslaegher

 

 

Reacties

daviddvb | 6 januari 2011

Ik probeer geen pleidooi te voeren voor lege mooifilmerij - Two Moon Junction van Zalman King heeft ook mooie beeldjes, maar je kan er de film moeilijk van verdenken iets te willen doen met de beeldtaal of beelgrammatica. Uw stelling lijkt echter te zijn dat beeldexperiment altijd in functie dient te staan van van een koppeling aan betekenis , iets wat ik in wezen een omkeren van de van de essentie van de filmkunst (imo) Vormtaal kan perfect dienen om betekenislagen te duiden , maar heeft daar in wezen geen nood aan - ik geef drie extreme voorbeelden : de manier waarop Fritz Lang architectuur gebruikt in "Secret Beyond the door" is van wezenlijk belang voor de plot van de film, net zoals de vormgeving van Blue Velvet van belang is voor de betekenislagen, maar Miami Vice van Mann bvb doet schitterende dingen met zijn vormgeving, zonder dat daar betekenis aan gekoppeld is - het is bijna video art en puur een vormexperiment. De koppelig vorm-inhoud is uiteraard bijzonder interessant, maar een absolute nadruk op betekenis/inhoud zonder sterke beeldtaal levert geen goede cinema op, terwijl een puur vormelijk experiment met filmgrammatica (Chaplin of Keaton) zonder echte link naar betekenis/inhoud dat wel doet.

Ongepast?

Nightwalker | 6 januari 2011

Laat me nuanceren: met een film die zichzelf probeert staande te houden a.d.h.v. suggestieve beelden, uitgesponnen shots, oeverloze camerapositionering, perfectionistische stijlproeven, enzovoorts heb ik -per definitie- het lak. Een rudimentaire, essentialistische benadering van film en cinema is dan ook niet aan mij beschoren, hoewel sommige experimenten daarom niet waardevol zijn en/of waren. De parallel trekken met andere beeldende kunsten zorgt er overigens voor dat film verscholen blijft in een (beeldende) kunstbenadering (erg Greenaway overigens) en alle films die niet aan deze visie voldoen per definitie "slecht" zijn (de positie die vele critici met dergelijk standpunt lijken te verdedigen). Hence de afkeer van postmoderne cinema, filosofische cinema, commerciële cinema, etc. Film is een dynamisch medium en het is niet louter een terrein waar beeldende kunstenaars en/of beeldende kunstkenners wat over te zeggen hebben (iets wat vaak te weinig -of zelfs helemaal niet- wordt meegegeven in academische opleidingen kunstgeschiedenis). Communicatiewetenschappelijke, historische en filosofische benaderingen van film kunnen evenzeer. Daar gaat men veel minder uit van "de essentie van film is vertellen via beelden" - hoewel het, uiteraard, een zeer belangrijk onderdeel blijft (ik ging dan ook wat te kort door de bocht met te stellen dat "film die vertelt via beelden" per definitie niet m'n ding is). Over de beeldcomposities in The New World ben ik ook zeer lovend, maar nogmaals, een film die dat als uitgangspunt gebruikt om zijn kwaliteit op te vestigen, faalt bij mij - en dan wel net omwille van die filmtaal, die mijns inziens méér is dan enkel beeldspraak. Een film als Üç Maymun bvb. vond ik alles behalve saai, ondanks z'n traagheid en beeldende aanpak. Daar zit voor mij een meerwaarde in die momentane karakterdiepgang biedt - waar The New World, Des Hommes et des Dieux en Still Life (om deze voorbeelden te behouden) serieus te kort schieten.

Ongepast?

daviddvb | 6 januari 2011

quote : "Een film die "vertelt via beelden" is een film die mij -per definitie- niet boeit." Dat moet lastig zijn, aangezien de absolute essentie van cinema net is te vertellen met beelden. Om het met Peter Greenway te zeggen " we zien bijna alleen maar geïllustreerde tekst" . Greenway stelt het wat scherp natuurlijk, maar de essentie van cinema is het vertellen aan de hand van beelden. Dat wil niet zeggen dat dialogen geen rol spelen - maar waarom zijn films van Rohmer of "Before Sunset" van Linklater zo sterk: omdat ze de sterke dialogen ook koppelen aan een sterke beeldtaal. Praatfilms die niet doen blijven vaak steken in oeverloze "talking heads" hoe goed de dialogen ook zijn. Duynslaegher is de enige - en dan ook de enige - filmcriticus in Vlaanderen die cinema op deze manier lijkt te benaderen en geregeld de paralel trekt met andere beelden kunsten. Een zeer interessant werkstuk over het feit dat "hoe kan ik dit anders verbeelden" de absolute drijvende moter is geweest in de hele filmgeschiedenis is het uitstekende boek "wereldgeschiedenis van de film" van Mark Cousins. elitair ? mensen lijken niet te beseffen dat wie cinema terugbrengt naar deze pure essentie en vanuit die invalshoek films bekijkt net het tegenovergestelde doet van elitair hokjesdenken - veel baanbrekende films zijn misschien niet zo toegankelijk (Antonioni, Godard, Angelopoulos eva ...) maar ik vind Manhunter van Mann of To Live and Die in La van Friedkin even intrigerend als L'Eclisse van Antonioni of Edipo Re van Pasolini. Erger nog (en nu ga ik de volle lading krijgen) Ik vond "Avatar" van Cameron geen slechte film - het is een experiment met een techniek die nieuwe filmtaal vereist , zoals veel stille films experimenteerden met de taalmogelijkheden die allerlei nieuwe technieken boden. Avatar was de allereerste film die echt in 3D bedacht was en de nieuwe mogelijkheden ervan verkende (andere films zijn vooral retrofitted 3D, een vreselijke evolutie) uiteraard deed Cameron dat nog op een hele rudimentaire, simpele manier - we zijn nog heel ver af van de "new Wave" in deze nieuwe vorm en andere regisseurs gaan er veel betere dingen mee doen (ik kijk uit naar Hugo Cabret van Scorsese) maar als vormelijk experiment vond ik Avatar best te doen. en ja , Badlands van Malick vind ik stukken sterker dan The New World - de manier waarin hij in Badlands en vooral in Days of Heaven met filmtaal experimenteerde is stukken sterker dan het al bij al veel minder ambitieuze The New world - dat neemt niet weg dat er bij momenten inderdaad schitterende beelden inzaten.

Ongepast?

Nightwalker | 6 januari 2011

Elitaire mumbo-jumbo, dat is wat ik hier lees. Als je bezig bent over "een afkooksel van Pocahontas", dan gaat het niet over de historische figuur Pocahontas. Je maakt namelijk geen afkooksel van iemands leven op het witte doek, want dan zou élke biografische film een afkooksel zijn. Een afkooksel hier heeft betrekking op een eerdere adaptatie en dat betreft, vermoedelijk, de Disneyprent. The New World is mijns inziens een verschrikkelijk saaie film, maar hey, dat vond ik van Des Hommes et des Dieux en Still Life ook, so sue me. Het gaat hier niet om Hollywoodnormen, het gaat hier om voorkeur voor stijl. Een film die "vertelt via beelden" is een film die mij -per definitie- niet boeit. Ik ben een dialoogliefhebber en kan dus veel meer genieten van films als Before Sunrise, 12 Angry Men en In the Mood for Love. Stop die elitaire houding dus maar ver weg. 't Is niet omdat je The New World niet goed vindt, dat je daarom meteen een film leek bent. En daarbij, Malick's Badlands steekt wat mij betreft met kop en schouders uit boven The New World.

Ongepast?

Leander | 6 januari 2011

The tree of life, ja daar ga ik nog eens voor naar de cinema. Persoonlijk vond ik the New World prachtig (en wee de armen van geest die denken dat pocahontas een disneyfiguurtje is...) al was het wel een beetje wennen dat tempo. Zielloos? Onvoorstelbaar, van zodra een film niet voldoet aan de huidige commerciële Hollywood standaarden qua format (tempo, verhaallijn, enz..) dan verstaat de doorsnee er niets meer van. Vervelend dat die doorsnee ook denkt te weten wat cinema is... Je kan over de smaak van Patrick Duynslaegher veel schrijven (over smaken valt eigenlijk niet te twisten natuurlijk) maar je kan hem niet verwijten dat hij niet weet wat cinema is.

Ongepast?

 

Reageer

Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.

Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:

Meeste reacties

 
 

Agenda