Kenners en collega's over Marc Sleen: 'Nero is Belgisch absurdisme'

07/11/16 om 14:40 - Bijgewerkt om 15:25

De Vlaamse striptekenaars en -kenners spreken vol lof over Marc Sleen en het oeuvre dat hij nalaat: 'Zijn strips zaten vol waanzinnige figuren in waanzinnige situaties, maar van hem pikte je dat.'

Kenners en collega's over Marc Sleen: 'Nero is Belgisch absurdisme'

Marc Sleen © Belga

Onder het pseudoniem Marc Sleen begon Marc Neels, die maandag op 93-jarige leeftijd overleed, zijn carrière als cartoonist bij De Standaard, dat later De Nieuwe Gids zou worden. Van cartoonist zou hij evalueren naar striptekenaar, maar hij bleef zijn hele carrière werken op het ritme van de krant. Het beroep van Nero is niet voor niets 'dagbladverschijnsel'.

Merho staat vandaag dagelijks met zijn strip De Kiekeboes in Gazet van Antwerpen, maar werkt toch heel anders dan Sleen vroeger. 'Ik maak albums, die later worden opgeknipt. Sleen dacht in strookjes, die later in albums werden gebundeld. Hij zat met zijn strips dan ook dicht op de actualiteit', zegt hij.

Merho haalt zelf het voorbeeld aan van De planeet Egmont uit 1978, dat in nasleep van het Egmontpact verscheen. Minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) denkt dan weer spontaan terug aan De brief aan Nasser, volgens Gatz 'nog seeds actueel voor het Midden-Oosten'.

'Volkse, verfijnde humor'

Die actualiteitswaarde vertaalt zich niet in eeuwigheidswaarde. De laatste tien jaar werden de Nerostrips nauwelijks nog uitgegeven. Jammer, vindt Yves Kerremans, bestuurslid van de Stichting Marc Sleen. 'Er zijn nog wel een paar speciale uitgaven geweest, maar die werden onvoldoende verdeeld. En uit het oog is uit het hart, zeker voor jongeren. Die kent Sleen met wat geluk enkel nog uit de boekenkast van hun ouders.'

Delen

'Uit het oog is uit het hart, zeker voor jongeren. Die kent Sleen met wat geluk enkel nog uit de boekenkast van hun ouders'

Yves Kerremans, bestuurslid Stichting Marc Sleen

Dat vrat aan Sleen, weet Knack-journalist Walter Pauli, die hem verschillende malen interviewde. 'Hij bekloeg zich er de laatste jaren om dat zijn werk in de vergetelheid geraakt. Tot eind jaren negentig was hij een fenomeen, een soort über-BV. Nu ben ik benieuwd hoe groot de erkenning voor Sleen de komende jaren zal zijn. Ik ben er zeker van dat de beste Neroverhalen, hoe actueel ook, moeiteloos de tand des tijds doorstaan. Sleens scenarios zaten goed in elkaar. Zijn humor was volks, maar verfijnd. Als uitgever moet je natuurlijk tijd willen steken in een goede uitgave.'

Lees het laatste Knack-interview met Marc Sleen: 'Ik ben diep gekwetst dat Nero nergens meer te vinden is'

Zijn oeuvre is niet alleen sterk, maar ook groot. Sleen werkte enorm hard, zegt Pauli. 'Soms tekende hij zo snel door dat hij een maand voor lag op de krant om dan op safari te kunnen gaan.' 'Van die safari's draaide hij documentaires, die hij zelf monteerde en waarmee hij rondtrok langs alle culturele centra', vult Kerremans aan.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Willy Vandersteen, die Suske en Wiske met een hele ploeg maakte, werkte Sleen alleen. Enkel de laatste jaren kreeg hij steun van Dirk Stallaert. 'Hij was een eenzaat, werkte helemaal alleen in zijn villa in het Zoniënwoud', schetst Pauli.

Delen

'Soms tekende hij zo snel door dat hij een maand voor lag op de krant om dan op safari te kunnen gaan'

Walter Pauli, interviewde Sleen verschillende keren voor Knack

Sleen kon daarom geen school maken zoals Vandersteen, maar is volgens Merho en Kerremans wel een voorbeeld voor veel hedendaagse striptekenaars. 'Iedereen met een karikaturale tekenstijl, zoals bijvoorbeeld Hec Leemans (de tekenaar van de FC De Kampioenenstrips, nvdr), is schatplichtig aan Sleen, net zoals iemand als Kamagurka.' Merho beaamt dat en noemt Nero als voorbeeld van 'Belgisch absurdisme'. 'Zijn strips zaten vol waanzinnige figuren, die in al even waanzinnige, zelfs onmogelijke situaties terechtkwamen. Maar van hem pikte je dat, dat was hoe het er bij Nero aan toeging.'

Hart van koekenbrood

Merho zal zich twee Marc Sleens herinneren. 'Voor de camera was hij een imponerend figuur. Privé was hij veel introverter, zeker als het over de natuur en het milieu ging. Dan toonde hij zich als de man met een hart van koekenbrood die hij was.'

Kerremans noemt Sleen 'de laatste overlevende van de Vlaamse strippioniers.' 'Marc Sleen was een groot Belgisch surrealistisch kunstenaar, die zoals Breugel, Bosch of Magritte de tijdsgeest waarin hij leefde ludiek en vaak bijzonder treffend verbeeldde', vat minister Gatz samen.

Wafels

Ook de politieke collega's van Gatz koesteren warme herinneringen aan Sleen. Minister Kris Peeters (CD&V) heeft het in zijn reactie over de 'ontelbare uren leesplezier' die Sleen bezorgde aan 'generatie na generatie, miljoenen kinderen en volwassenen'. 'Nero verliest zijn vader, België een cultfiguur', zegt staatssecretaris Philippe De Backer. Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) heeft het over een 'afscheid in grote dankbaarheid: generaties met hem opgegroeid, uitzonderlijke striperfenis.'

Op sociale media verwijzen veel mensen naar de grote wafelenbak waarmee Marc Sleen al zijn Nerostrips beëindigde. 'Laat ons dat vanavond in heel Vlaanderen op het menu zetten', stelt Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) voor. (JVL)

Onze partners