Interview: Thomas Blondeau (Generatie Nu)

27/07/11 om 11:27 - Bijgewerkt om 11:27

Bron: Knack Focus

Voor de reeks Generatie Nu interviewt Tine Hens de schrijver Thomas Blondeau over de grilligheid van leven, liefde en literatuur. Lees enkele opvallende passages.

Interview: Thomas Blondeau (Generatie Nu)

© Jurgen Rogiers

Was het voor jou duidelijk dat je wilde schrijven?
Ik neem aan dat als ik een lichaam als dat van Nureyev had, danser was geworden. En als ik niet alleen een basgitaar had gehad, maar er ook nog op had gespeeld, dan was ik misschien iets in de muziek geworden. De eerlijkheid gebiedt me te melden dat ik ooit een band heb gehad - het Verdriet van Vlaanderen - die buiten ikzelf en de bandleden niemand zich nog herinnert, wat natuurlijk alles zegt. Met schrijven was het anders. Ik kon iets gezegd krijgen. Anderen deden toneel, ik schreef gedichten. Stel je er niet te veel bij voor. De poëzie die ik als veertienjarige produceerde leek erg op - euhm - poëzie van een veertienjarige. Maar wel allemaal heel gemeend.

En toch blijven schrijven. Neig je tot masochisme?Ongetwijfeld. Ik ben niet voor niets een romanticus.

Schrijf jij om indruk te maken op vrouwen? Of is er toch een meer verheven drijfveer? Ringo Star zei ooit: 'We doen het allemaal voor de meisjes.' Neen, er zijn gemakkelijkere manieren om iemand te imponeren. Naar de sportschool gaan, bijvoorbeeld. Als schrijver zit je de hele dag, daar word je niet mooier van. Waarom doe ik het dan wel, dat schrijven? Natuurlijk is het fijn en, hmm, wel ja, bevredigend om iets moois proberen te maken. Maar om eerlijk te zijn: ik geloof - en daar ben ik als literatuurwetenschapper op afgestudeerd - dat literatuur iets kan veranderen aan hoe wij tegen de wereld aankijken. Omdat literatuur uit taal bestaat en ons bewustzijn ook. Het is niet erg sexy om het daarover te hebben.

Blondeau belandde via een naargeestige tussenstop in Leuven in Leiden en verhuisde verleden jaar naar Amsterdam. 'Ik had het nodig om weg te gaan', vertelt hij. We zitten in Café Américain, de bar van het gelijknamige hotel. Harry Mulisch zat er naar verluidt altijd. De schrijver houdt van het gebouw. Het is te groot en te duur voor wat het is. 'Een prachtige brok overtolligheid', noemt hij het. Ik vraag me af of dat geen mooie definitie van literatuur is? 'Ik hoop dat het meer is dan dat', antwoordt hij.

Het volledige interview met Thomas Blondeau vindt u in de Knack Focus van deze week (nr. 30)

Lees meer over:

Onze partners